Overheden over de hele wereld bouwen schulden op om hun uitgaven te financieren. Maar hoe verhoudt de staatsschuld in Nederland zich tot die van andere landen? Terwijl de Amerikaanse schuldenberg bijvoorbeeld record op record verbreekt, blijft de Nederlandse overheidsschuld historisch gezien relatief beheersbaar, ondanks de stijgende lijn de afgelopen jaren.
Toch roept het stijgende schuldniveau vragen op. Is een hoge staatsschuld schadelijk voor de economie, aan wie is dit geld eigenlijk verschuldigd en moeten we ons zorgen maken over een eventuele afbetaling?
De schommelt rond de 45% tot 50% van het , wat ruim onder de Europese norm van 60% ligt.
De overstijgt inmiddels de 120% van het bbp, veroorzaakt door structurele en grote stimuleringspakketten.
Overheden lossen hun schulden zelden volledig af; zolang de economie groeit en de rentelasten draagbaar blijven, worden bij afloop simpelweg geherfinancierd.
De staatsschuld (ook wel overheidsschuld genoemd) is het totale bedrag dat een nationale overheid verschuldigd is aan schuldeisers.
Een staatsschuld loopt op wanneer de overheid in een jaar meer geld uitgeeft dan er via belastingen en heffingen binnenkomt. Zo'n jaarlijks tekort noemen we het begrotingstekort of overheidstekort.
Om het absolute schuldbedrag in perspectief te plaatsen, kijken economen naar de staatsschuldquote. Dit is de staatsschuld uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp):

In lidstaten van de Europese Unie mag de staatsschuld maximaal 60% van het bbp bedragen.
Deze EU-norm is vastgesteld in het “Stabiliteits- en Groeipact”. Wanneer een EU-land de grens van 60% overschrijdt, moet het volgens Europese afspraken een plan indienen om de schuld stapsgewijs af te bouwen.
In Nederland schommelt de overheidsschuld al decennialang rond een financieel gezond niveau van rond de 50%.
Na de financiële crisis van 2008 en de daaropvolgende eurocrisis steeg de schuld richting de 68% van het bbp, maar een strak begrotingsbeleid bracht dit cijfer snel weer omlaag.
In de jaren na 2020 zorgden steunmaatregelen tijdens de coronapandemie voor een tijdelijke stijging. Toch bleef de Nederlandse staatsschuld per inwoner en als % van het bbp relatief laag.
De overheidsschuld steeg in 2025 van 43,8% naar 44,4% van het bbp. Voor 2026 is de Nederlandse staatsschuld geraamd op 47,8% van het bbp (bron: Rijksoverheid.nl). Daarmee voldoet Nederland ruimschoots aan de EU-norm, waarin dus is vastgelegd dat de staatsschuldquote niet hoger mag zijn dan 60%.
In absolute cijfers bedraagt de geraamde Nederlandse staatsschuld in 2026 ruim € 575 miljard (ofwel circa € 31.900 per inwoner).
Wanneer we de situatie in Nederland vergelijken met het buitenland, vallen de verschillen direct op. Zowel binnen als buiten Europa lopen de schuldquotes sterk uiteen.
De staatsschuld van Amerika bedraagt inmiddels meer dan $ 34 biljoen. Dat komt overeen met een staatsschuldquote van ruim 120% van het bbp.
Dat het Amerikaanse schuldniveau zo snel groeit, heeft te maken met structurele begrotingstekorten. De Amerikaanse overheid geeft al jaren opeenvolgend meer uit dan er aan belastingen binnenkomt.
Dat de VS dit vol kan houden, komt door de unieke status van de Amerikaanse dollar als wereldwijde reservemunt en beslissingen van de Federal Reserve rondom het Fed-rentebesluit.
Als het gaat om extreme schuldposities spant Japan wereldwijd de kroon. De Japanse staatsschuld bedraagt inmiddels ruim 260% van het bruto binnenlands product.
Lange tijd vormde dit geen acuut probleem, omdat de schuld grotendeels in handen is van de eigen bevolking en de centrale bank van Japan de rente jarenlang op of rond de nul procent hield.
Inmiddels zorgt dit extreem lage rentebeleid ten opzichte van de VS echter voor grote spanningen op de valutamarkt: het renteverschil zet de Japanse yen onder zware druk. Om de verzwakte yen te stutten, hebben de Verenigde Staten en Japan zelfs gezamenlijk ingegrepen op de valutamarkt.
Voor de VS staat er namelijk veel op het spel; Japan is de grootste buitenlandse bezitter van Amerikaanse staatsobligaties. Als Japan die obligaties op grote schaal zou moeten verkopen om zijn eigen munt te verdedigen, zou dat de Amerikaanse rente fors opdrijven. Een sterke verhoging van de Japanse rente zou de yen weliswaar versterken, maar maakt de gigantische staatsschuld voor Tokio direct vele miljarden duurder om te herfinancieren.
Ook binnen de Europese unie zijn de verschillen groot:
Estland | 24,1% | Ja |
Luxemburg | 26,5% | Ja |
Denemarken | 27,9% | Ja |
Bulgarije | 29,9% | Ja |
Ierland | 32,9% | Ja |
Zweden | 35,1% | Ja |
Litouwen | 39,5% | Ja |
Tsjechië | 44,3% | Ja |
Nederland | 44,4% | Ja |
Malta | 46,4% | Ja |
Letland | 46,9% | Ja |
Cyprus | 55,0% | Ja |
Kroatië | 56,3% | Ja |
Roemenië | 59,3% | Ja |
Polen | 59,7% | Ja |
Slowakije | 61,4% | Nee |
Duitsland | 63,5% | Nee |
Slovenië | 65,7% | Nee |
Hongarije | 74,6% | Nee |
Oostenrijk | 81,5% | Nee |
Finland | 88,5% | Nee |
Portugal | 89,7% | Nee |
Spanje | 100,7% | Nee |
België | 107,9% | Nee |
Frankrijk | 115,6% | Nee |
Italië | 137,1% | Nee |
Griekenland | 146,1% | Nee |
In vergelijking met veel andere EU-lidstaten staat Nederland er financieel gezond voor. Dat geeft de overheid meer ruimte om schokken op te vangen als er sprake is van een aankomende recessie.
De overheid leent geld door het uitgeven van waardepapieren.
Institutionele beleggers: Pensioenfondsen, verzekeraars en banken kopen op grote schaal staatsobligaties als veilige belegging.
Centrale banken: De Europese Centrale Bank (ECB) heeft via opkoopprogramma's een aanzienlijk deel van de Europese staatsschulden op haar balans staan. Het rentebesluit van de centrale bank bepaalt mede hoe duur het voor landen is om deze schulden te herfinancieren.
Particuliere beleggers en het buitenland: Ook buitenlandse investeerders en burgers bezitten een deel van de schuld.
Het korte antwoord is: nee. Een staat is geen huishouden dat voor zijn pensioen al zijn schulden afbetaald moet hebben. Zolang een overheid aan haar renteverplichtingen voldoet en de economie sneller groeit dan de schuld, blijft de situatie houdbaar.
Oude obligaties die aflopen, worden simpelweg vervangen door nieuwe obligaties (herfinanciering).
Een staatsschuld is op zichzelf niet gevaarlijk, mits het geleende geld wordt gebruikt voor productieve investeringen (zoals infrastructuur, onderwijs en innovatie) die de economische groei stimuleren.
Risico's ontstaan wanneer:
De rente snel stijgt: Bij een hoge staatsschuld zorgen hogere rentes voor fors stijgende rente-uitgaven op de rijksbegroting. Dit geld kan niet meer worden uitgegeven aan de zorg of onderwijs.
De inflatie oploopt: Hoge inflatie beïnvloedt de reële waarde van schuld. De ontwikkeling van de consumentenprijsindex kun je volgen via de CPI in Nederland en de CPI in de Verenigde Staten.
Het vertrouwen van financiële markten wegvalt: Als investeerders twijfelen aan de terugbetaalcapaciteit van een land, eisen ze een hogere rentevergoeding, wat kan leiden tot een schuldencrisis.
© 2026 Raisin SE, Berlin