Tot een bepaald bedrag aan vermogen hoef je geen belasting te betalen. Wat is de vrijstelling voor vermogen in 2026? Of met andere woorden, hoeveel geld kun je sparen (en beleggen) zonder belasting te betalen? En wat zijn de plannen voor 2027?
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
Expert
Expert
In Nederland betaal je over je spaargeld en beleggingen belasting zodra het boven de uitkomt.
In fiscaal jaar 2026 werd van de vrijstelling, maar eind november werd bekend dat deze toch wordt en(en € 118.714 voor fiscale partners).
Je kunt onder andere met behulp van en in box 3 de belasting die je moet betalen, verlagen.
Disclaimer: Wij hebben ons best gedaan om alle informatie zo zorgvuldig mogelijk op te stellen. Alsnog aanvaardt Raisin geen aansprakelijkheid voor de juistheid van de berekeningen en (belasting)informatie in dit artikel. Raadpleeg altijd je belastingadviseur.

Al het vermogen dat je op bankrekeningen hebt staan moet je in Nederland in box 3 van je belastingopgave aangeven. Dit geldt voor zowel spaargeld als geld op je lopende rekening(en). Deze bedragen worden opgeteld bij de waarde van je eventuele beleggingen.
Hier betaal je vermogensrendementsheffing over (ook wel 'vermogensbelasting' genoemd) als je vermogen boven de heffingsvrije grens uitkomt, die jaarlijks wordt vastgesteld.
Als je alleen spaargeld hebt en geen beleggingen of andere bezittingen in box 3, dan mag je in 2026 € 59.357 belastingvrij sparen. Heb je een fiscale partner? Dan is dat samen € 118.714.Komt je opgebouwde vermogen boven die vermogensvrijstelling uit? Dan ga je dus wel belasting betalen.
Lees ook:
2027 | € 60.098 | € 120.196 |
2026 | € 59.357 | € 118.714 |
2025 | € 57.684 | € 115.368 |
2024 | € 57.000 | € 114.000 |
2023 | € 57.000 | € 114.000 |
2022 | € 50.650 | € 101.300 |
Ook in 2027 betaal je nog belasting over een fictief rendement. Het plan was eerder om vanaf 2026 belasting te gaan heffen over het werkelijke rendement in box 3, dus over wat je écht verdient met je spaargeld en beleggingen. Dat nieuwe systeem is echter uitgesteld tot minstens 2028.
Het fictieve rendement op beleggingen werd eerder definitief vastgesteld op 6,37% voor fiscaal jaar 2027, maar tijdens de Algemene Financiële Beschouwing werd een verhoging met anderhalf procentpunt naar 7,87% besproken. De fictieve rendementen voor spaargeld en schulden zijn nog niet bekend voor 2027.
In 2027 wordt er nog belasting geheven op basis van fictieve rendementen. Het fictieve rendement op beleggingen en overige bezittingen voor fiscaal jaar 2027 is in principe vastgesteld op 6,37% (in 2026 was dat nog 6,00%), maar tijdens de Algemene Financiële Beschouwing wordt nu toch bekeken of deze verhoogd wordt naar 7,87%.
Voor spaargeld en schulden zijn op Prinsjesdag nog geen fictieve rendementen bekend gemaakt. Toch kunnen we een eerste voorzichtige inschatting maken.
Deze percentages worden pas na afloop van het kalenderjaar definitief vastgesteld.
Bank- en spaartegoeden | 1,37% | 1,28% (voorlopig) | nog niet bekend (mogelijk zo'n 1,27%) |
Beleggingen | 5,88% | 6,00% | 6,37% |
Schulden | 2,70% | 2,70% (voorlopig) | nog niet bekend (mogelijk zo'n 2,85%) |
De eerder aangekondigde box 3-verlaging ging in 2025 niet door, om financiële tegenvallers van de overheid op te vangen. Over fiscaal jaar 2025 betaalde je dus ook nog steeds 36% vermogensrendementheffing, net als in 2024.
Ook in fiscaal jaar 2026 betaal je 36% vermogensbelasting over het fictieve rendement van je vermogen, boven de heffingsvrije grens.
Of de vermogensrendementsheffing ook in 2027 op 36% blijft, is nog onduidelijk. In de uitgelekte Prinsjesdagstukken staat niets over een verhoging of verlaging van het tarief.
Niemand kan en mag voor jou bepalen hoeveel spaargeld je mag hebben. Wel is het dus zo dat wanneer je spaargeld boven een bepaald bedrag uitkomt, je belasting moet betalen.
In 2026 is de box 3 vrijstelling verder omhooggegaan naar € 59.357 en € 118.714 voor fiscale partners.
Voor 2027 zijn de box 3 vrijstellingen nog niet bekend, maar deze kunnen mogelijk rond de € 60.900 liggen, berekend op basis van de tabelcorrectiefactor; het wettelijke percentage waarmee de overheid diverse tarieven jaarlijks aanpast aan de inflatie.
Over € 100.000 spaargeld betaal je belasting over het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt. Hierbij wordt naar je totale box 3 vermogen gekeken. Voor alleenstaanden is dit in fiscaal jaar 2026 € 100.000 - € 59.357 = € 40.643. In dit rekenvoorbeeld gaan we ervan uit dat deze persoon alleenstaand is en geen schulden of beleggingen heeft. Je betaalt 36% vermogensbelasting over een (voorlopig) fictief rendement van 1,28% op spaargeld. Dit is dus afgerond € 187.
Fiscale partners kunnen € 100.000 spaargeld in 2026 volledig belastingvrij aanhouden, omdat dit nog altijd onder de vrijstellingsgrens van € 118.714 ligt.
Over € 300.000 spaargeld betaal je enkel belasting over het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt.
Voor alleenstaanden is dit in fiscaal jaar 2026 € 300.000 - € 59.357 = € 240.643. In dit rekenvoorbeeld gaan we ervan uit dat deze persoon alleenstaand is en geen schulden of beleggingen heeft. Je betaalt 36% vermogensbelasting over een (voorlopig) fictief rendement van 1,28% op spaargeld. Je betaalt dus afgerond € 1109 belasting over € 300.000 spaargeld.
Fiscale partners betalen over € 300.000 spaargeld belasting over het bedrag boven de gezamenlijke vrijstellingsgrens van € 118.714. Het belastbaar vermogen komt daarmee op € 300.000 - € 118.714 = € 181.286. Met hetzelfde fictieve rendement van 1,28% en 36% belasting betalen fiscale partners € 835 belasting over € 300.000 spaargeld.
Als je een AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet) ontvangt, heeft de hoogte van je spaartegoed geen invloed op de hoogte van je AOW-uitkering. Echter, als je naast AOW ook een aanvullende toeslag of bijstand ontvangt, kunnen er vermogenslimieten gelden.
Daarnaast heb je voor de vermogensbelasting voor 2026 (in te dienen 2027) een vrijstelling tot € 59.357 ls individu en € 118.714 voor fiscale partners. Bedragen boven deze limieten worden belast zoals hierboven is omschreven.
In 2026 heb je recht op huurtoeslag als je vermogen op 1 januari 2026 niet meer was dan € 37.979. Voor mensen met een toeslagpartner geldt een gezamenlijke vermogensgrens van € 76.958.
Echter, als je toeslagpartner niet op hetzelfde adres is ingeschreven en officieel jouw echtgenoot of geregistreerde partner is, wordt diens vermogen niet meegerekend voor de huurtoeslag. Medebewoners boven de 18 jaar mogen niet meer dan een vermogen van € 37.979 hebben om in aanmerking te komen voor huurtoeslag.
In 2026 heb je recht op zorgtoeslag als je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger is dan € 146.011. Voor mensen met een toeslagpartner geldt een gezamenlijke vermogensgrens van € 184.633.
Er zijn verschillende dingen die je kunt doen of tips die je kunt toepassen om helemaal belastingvrij te sparen of om minder belasting te betalen in box 3:
Een overzicht van de schulden in box 3 die je op kunt geven vind je op deze website van de Belastingdienst. Voor alle schulden geldt dat je ze alleen op kunt geven als ze niet in box 1 of 2 vallen. De drempel voor schulden bedraagt in 2026 € 3800 zonder en € 7600 mét fiscale partner. Vanaf dit bedrag kun je schulden meenemen in de opgave en tegen een fictief rendement van 2,70% aftrekken van je vermogen.
De Belastingdienst erkent het maatschappelijk nut van verschillende groene spaarproducten. Hiervoor hanteert de Belastingdienst verschillende voorwaarden.
Ook voor groen sparen zijn er vrijstellingsgrenzen. Hierboven moet het bedrag meegenomen worden in de belastingopgave. Deze grens bedraagt in 2026 € 26.715 of € 53.430 voor fiscale partners. In 2028 wordt de vrijstelling volledig afgeschaft.
Ook als je besluit te sparen voor een bepaald spaardoel kan het geld misschien vrijgesteld worden. Denk hierbij aan sparen voor je pensioen, een lijfrente of een bankspaarrekening.
De regels omtrent deze manier van sparen zijn vrij complex. Raadpleeg daarom altijd je belastingadviseur of check de website van de Belastingdienst voor meer informatie.
Tot 2012 was het mogelijk om van een vrijstelling voor spaargeld van een kind gebruik te maken. Deze vrijstelling is in fiscaal jaar 2026 niet meer van toepassing. Het vermogen van minderjarige kinderen wordt bij de ouder(s) of voogd(en) meegerekend. Het geld op een spaarrekening van meerderjarige kinderen moeten zij zelf opgeven in hun belastingopgave.
Ook meerderjarige kinderen genieten dezelfde vrijstellingen als alle andere meerderjarige Nederlanders. Zo kun je er dus wel voor kiezen om een bepaald bedrag te schenken. Bijvoorbeeld tot het wettelijke vrijstellingsbedrag voor schenkingen. Dan wordt het vermogen niet meer bij jou meegerekend.
Via Raisin spaar je bij meer dan 60 banken in Europa. Je ontvangt hoge rentes tot tot 3,85% per jaar. Kies voor een vrij opneembare spaarrekening waar je je geld op elk gewenst moment van af kan halen, of zet je spaargeld voor langere tijd vast op een spaardeposito. Je weet dan precies hoeveel rente je aan het einde van de looptijd ontvangt op je spaargeld.
© 2026 Raisin SE, Berlin