Het Nederlandse belastingstelsel heeft drie boxen. In box 3 valt je vermogen: je (spaar)geld, beleggingen en andere vormen van investeringen en bepaalde schulden. Op deze pagina lees je hoe je vermogen in box 3 wordt belast in 2026 en 2027 en tot welk bedrag aan vermogen je geen belasting hoeft te betalen.
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
Expert
Expert
In betaal je over je , zoals , en een
In fiscaal jaar 2026 geldt een van in box 3. In 2027 gaat de vrijstelling licht omhoog naar € 60.098 per fiscale partner. Alleen het vermogen boven deze grens wordt belast.
De Belastingdienst rekent met een dat jaarlijks wordt vastgesteld.
Box 3 is een categorie binnen het Nederlandse belastingstelsel die betrekking heeft op vermogen. Hier vallen je spaargeld, beleggingen en andere vermogensbestanddelen onder. In tegenstelling tot box 1 (inkomen uit werk en woning) en box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang), belast box 3 niet het werkelijke rendement maar een verondersteld rendement over het vermogen.
Box 3 is de laatste jaren vaak onderwerp van discussie vanwege de fictieve berekening van rendement, die niet altijd aansluit bij de werkelijke opbrengsten voor belastingbetalers. Het plan is dan ook om een stelsel op basis van werkelijk rendement in te voeren, maar de introductie van dit nieuwe box 3-stelsel is uitgesteld tot minstens 2028.
Je betaalt vermogensrendementheffing (vermogensbelasting) in box 3 als je vermogen op de peildatum (1 januari) boven de heffingsvrije grens uitkomt. Voor fiscaal jaar 2026 ligt die vrijstelling op € 59.357 of € 118.714 voor fiscale partners en voor 2027 ligt de grens op € 60.098 en € 120.196 voor fiscale partners. Tot dit bedrag kun je dus belastingvrij sparen en/of beleggen.
Is je vermogen in box 3 hoger (na aftrek van bepaalde schulden)? Dan ga je belasting betalen. Als je probeert om de belastingdruk te verlagen, bijvoorbeeld door rond de jaarwisseling tijdelijk beleggingen te verkopen en op een spaarrekening stalt, is er sprake van peildatumarbitrage. Dit kan door de Belastingdienst worden gezien als belastingontwijking.
Hoeveel belasting je betaalt, is afhankelijk van het fictieve rendement op spaargeld en beleggingen die jaarlijks worden vastgesteld. Daarover betaal je de afgelopen jaren (en ook in 2027) 36% vermogensrendementsheffing. In onderstaande tabel zie je de ontwikkeling van de fictieve rendementen en vermogensrendementheffingen:
De Belastingdienst werkt met fictieve rendementen per vermogenscategorie in box 3. Deze fictieve rendementen gelden voor alle belastingplichtigen en bepalen uiteindelijk hoeveel vermogensrendementsheffing je betaalt.
Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de forfaitaire rendementen van fiscaal jaar 2024 t/m 2027 zien:
Spaargeld | 1,44% | 1,37% | 1,28% (voorlopig) | nog niet bekend |
Beleggingen/vastgoed | 6,04% | 5,88% | 6,00% | 6,37% |
Schulden | 2,47% | 2,70% | 2,70% (voorlopig) | nog niet bekend |
Vermogensbelasting | 36% | 36% | 36% | 36% |
.png&w=3840&q=75)
De Belastingdienst gaat uit van een verondersteld rendement op spaargeld: in 2026 is dat 1,28% (voorlopig). Voor 2027 is het fictieve rendement nog niet bekend, maar deze zal waarschijnlijk rond hetzelfde percentage als in 2026 schommelen.
Pas vanaf 2028 (of zelfs later) wordt je daadwerkelijke rendement belast.
Beleggingen, zoals aandelen, ETF's en obligaties, vallen ook onder box 3 en worden, net als spaargeld, belast boven het heffingsvrije vermogen. Het fictieve rendement op beleggingen is doorgaans hoger dan dat op spaargeld, met een verondersteld rendement dat in 2026 is vastgesteld op 6,00%. In fiscaal jaar 2027 gaat dit percentage iets omhoog naar 6,37%.
Als je daadwerkelijke rendement lager is dan de fictieve percentages, kun je in je aangifte ook je werkelijke rendement betalen. Je betaalt dan niet onnodig veel belasting.
Een tweede woning, zoals een vakantiehuis of een verhuurpand, valt onder box 3 en wordt gezien als vermogen. De belastinggrondslag voor een tweede woning wordt berekend op basis van de WOZ-waarde (Waarde Onroerende Zaken) en een verondersteld rendement van 6,00% in 2026 en 6,37% in 2027.
Je daadwerkelijke rendement (in de vorm van huuropbrengst) hoef je niet op te geven, dit gaat de komende jaren mogelijk wel veranderen.
Bepaalde schulden in box 3, zoals een een lening voor een auto, een aflossingsvrije hypotheek, een negatief saldo op een bankrekening of een lening voor een tweede woning, mogen onder voorwaarden worden afgetrokken van het belastbare vermogen. Voor 2026 geldt een schuldendrempel van € 3800 voor alleenstaanden en € 7600 voor fiscale partners. Alleen schulden boven deze grens kunnen worden afgetrokken. Dit houdt in dat kleinere schulden niet in aanmerking komen voor aftrek.
Er wordt in 2026 gerekend met een fictief rendementspercentage van 2,70% op schulden. Voor 2027 zijn de drempelbedragen en het fictieve rendement nog niet bekend.
Box 3 kent dus een heffingsvrije drempel waarmee een bepaald deel van het vermogen vrijgesteld is van belasting.
Dit vrijgestelde bedrag vermindert de belastingdruk aanzienlijk, omdat alleen het vermogen boven deze grens wordt belast. Naast deze basisvrijstelling zijn er specifieke vrijstellingen voor bijvoorbeeld groen beleggen en groen sparen, wat extra belastingvoordeel kan opleveren. In 2026 ligt de vrijstelling voor groen beleggen en sparen nog rond de € 27.000 per fiscale partner, maar in 2027 gaat deze fors omlaag naar € 200 en in 2028 wordt deze zelfs helemaal afgeschaft.
Heffingsvrije grens | € 60.098 | € 59.357 |
Vermogensbelasting | 36% | 36% |
Fictief rendement sparen | nog niet bekend | 1,28% (voorlopig) |
Fictief rendement beleggen | 6,37% | 6,00% |
Fictief rendement schulden | nog niet bekend | 2,70% (voorlopig) |
© 2026 Raisin SE, Berlin