Nederlandse grootbanken profiteren nog altijd van aanzienlijk lagere financieringskosten doordat de markt hen als ‘too big to fail’ beschouwt. Dit blijkt uit een recent onderzoek van De Nederlandsche Bank. In de praktijk betekent dit dat grote banken weinig noodzaak voelen om spaarrentes te verhogen, omdat spaarders toch wel bij deze banken blijven sparen.

Door:
Auteur
Auteur
De ING en Rabobank betalen circa 30% minder risico-opslag over een deel van hun bedrijfsschulden dan minder grote spelers.
Grote banken kunnen hierdoor aanzienlijk goedkoper kapitaal lenen dan kleinere banken met vergelijkbare financiële prestaties.
Dat zorgt ervoor dat deze banken ook geen hoge spaarrentes hoeven te bieden aan spaarders, in tegenstelling tot kleinere banken die wel met hoge spaarrentes moeten concurreren.
In het paper van DNB zijn 32 grote Europese banken geanalyseerd, waarvan drie Nederlandse: ING Groep, Coöperatieve Rabobank en ABN AMRO.
ING Groep beschikt over een balanstotaal dat gelijkstaat aan 91% van het Nederlandse bbp. Coöperatieve Rabobank volgt met een omvang van 56% van het bbp. Beide banken vallen ruim boven de kritische grens van 50% van het bbp en genieten daardoor het volle ‘too-big-to-fail’-voordeel op de kapitaalmarkt.
Het voordeel “Too Big To Fail” waar dit paper over spreekt, houdt in dat kredietverleners verwachten dat de overheid bijspringt bij eventuele financiële nood. Daardoor neemt de markt genoegen met een lagere risicovergoeding. Grootbanken kunnen hierdoor aanzienlijk goedkoper kapitaal lenen dan kleinere banken met vergelijkbare financiële prestaties.
Een bank wordt als “too big to fail” beschouwd als de activa meer dan 50% van het bbp bedraagt van het land waarin de bank(engroep) gevestigd is.
ABN AMRO heeft een verhouding tussen activa en het Nederlandse bbp van 34%. Hoewel ABN AMRO dus een van de grootste banken van het land is, valt de bank volgens de gehanteerde maatstaf onder de drempel van 50% van het bbp.
Coöperatieve Rabobank | 56% | Ja |
ING Groep | 91% | Ja |
ABN AMRO | 34% | Nee |
Voor banken die als 'systeemrelevant in eigen land' gelden (zoals ING Groep en Coöperatieve Rabobank in Nederland), ligt de risico-opslag op ‘senior unsecured debt’ gemiddeld zo'n 30% lager dan bij vergelijkbare banken met dezelfde financiële gezondheid.
Uitgedrukt in harde valuta betekent dit dat de grootste Nederlandse over de onderzochte periode van 2008 tot 2024 gemiddeld € 0,35 per jaar minder risico-opslag betaalden per € 100 aan aangetrokken vermogen op de institutionele markt.
De onderzoekers benadrukken dat het effect nauw samenhangt met de hoge kredietwaardigheid van de Nederlandse staat. Mocht de risico-opslag van de Nederlandse overheid stijgen op de financiële markten, dan neemt het voordeel van de grootbanken dus af.
Omdat banken als ING en Rabobank via de groothandelsmarkt voordelig aan kapitaal komen, voelen zij minder noodzaak om particuliere spaarders aan te trekken met hoge rentes.
Kleinere banken en buitenlandse instellingen die deze overheidssubsidie missen, moeten juist scherper concurreren door hogere rentes te bieden op spaarrekeningen.
Als spaarder hoef je echter geen genoegen te nemen met lage rentes die de Nederlandse grootbanken bieden. Via Raisin kun je eenvoudig sparen bij meer dan 60 Europese banken die momenteel aantrekkelijke rentes bieden tot 3,85% per jaar.
Je spaargeld is bij elke bank beschermd tot € 100.000 per rekeninghouder onder het nationale depositogarantiestelsel van het land waar de bank gevestigd is, net als in Nederland.
Betrouwbaar nieuws? ✅ Voeg Raisin toe als voorkeursbron in Google. Met deze optie kun je instellen dat je publicaties van Raisin vaker terugziet in je Google-zoekresultaten en het nieuwsoverzicht. Meer informatie →
© 2026 Raisin SE, Berlin