Nederlandse huishoudens hebben nog nooit zoveel geld op hun bankrekeningen gehad als nu, maar de winst die zij hierover behalen is historisch gezien laag. Uit recente cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat we collectief een recordbedrag van bijna € 537 miljard aan spaargeld bezitten. Het overgrote deel van dit vermogen rendeert echter nauwelijks, doordat het op vrij opneembare spaarrekeningen staat, waar de gemiddelde rente momenteel zo'n 85% lager ligt dan op spaardeposito's.
.png&w=3840&q=75)
Nederlandse huishoudens bezitten in februari 2026 een
Slechts van dit totale spaarsaldo staat momenteel op een .
De tussen deposito's en vrij opneembare rekeningen bedroeg in februari 2026 meer dan (2,41% per jaar vs. 1,29% per jaar).
Terwijl de hoge inflatie de afgelopen jaren ervoor zorgde dat spaargeld snel in koopkracht afnam, bleven Nederlanders onverstoorbaar doorsparen.
Het totale spaartegoed bereikte in februari 2026 een recordbedrag van € 536,9 miljard. Toch staat ‘slechts’ € 89 miljard van dit bedrag op een spaardeposito, waar spaarders doorgaans op een aanzienlijk hogere rente kunnen rekenen.
Dit betekent dat ongeveer 83,4% van ons gezamenlijke spaargeld op vrij opneembare rekeningen staat. Bovendien staat ongeveer 80% van het Nederlands spaargeld bij de drie Nederlandse grootbanken, waar de rentes ook nog eens lager liggen dan bij veel andere Europese banken.
Bron: DNB
Wanneer we de huidige verhoudingen vergelijken met het verleden, valt op hoe passief de Nederlandse spaarder lijkt geworden.
Eind 2008, ten tijde van de financiële crisis, zagen we een heel ander beeld. Rond november 2008 bedroeg het totale spaarsaldo ongeveer € 264 miljard, waarvan bijna € 99 miljard in deposito's was ondergebracht. Dat was bijna 38% van het totaal.
In die periode streden banken onderling om spaargeld aan te trekken, wat leidde tot concurrerende rentetarieven op deposito's. Spaarders kozen massaal voor de zekerheid van een vaste rente.
Vandaag de dag is de situatie omgekeerd: we hebben ruim twee keer zoveel spaargeld als in 2008, maar er staat minder geld vast op spaardeposito's (€ 89 miljard nu versus € 99 miljard toen).
De trend van de laatste jaren laat zien dat, hoewel het totale spaarsaldo hard groeit, de bereidheid om geld voor langere tijd vast te zetten af lijkt te nemen.
Het verschil in rendement fors. In februari ontvingen spaarders op hun spaardeposito(‘s) gemiddeld van een rente van 2,41% per jaar, terwijl de rente op vrij opneembaar spaargeld gemiddeld slechts 1,29% per jaar bedroeg. Dit is een verschil van ruim 86%.
Voor een huishouden met € 50.000 aan spaargeld betekent dit een verschil van € 560 aan rente per jaar. Geld op een gewone spaarrekening zetten blijft belangrijk, omdat je er altijd bij kunt. Maar voor dat gemak betalen spaarders ook een prijs. Voor een deel van hun spaargeld is directe toegang mogelijk niet nodig, waardoor deposito sparen aanzienlijk rendabeler zou zijn.
Via Raisin profiteer je van hogere rentes bij andere Europese banken, die momenteel oplopen tot 3,25% per jaar. Je hebt de keuze uit deposito’s met looptijden vanaf één maand tot wel tien jaar.
© 2026 Raisin SE, Berlin