De hervorming van de box 3 belasting is hét gespreksonderwerp voor iedere serieuze belegger en spaarder. Waar je in 2026 en 2027 nog belasting betaalt over een fictief rendement, wordt straks mogelijk daadwerkelijk rendement belast.
Veel mensen vragen zich af wat dit zal betekenen voor hun vermogen en of de deadline van 2028 nog wordt gehaald. In dit artikel lees je de actuele plannen en wat deze voor jou als spaarder en/of belegger gaan betekenen.
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
De overheid wil vanaf 1 januari 2028 belasting heffen in box 3 over het , in plaats van de fictieve rendementen waarmee tot die tijd nog wordt gerekend.
Er wordt nog volop gedebatteerd in de tweede kamer over de box 3 plannen voor 2028. Het lijkt er nu op dat je pas belasting betaalt bij en er wordt waarschijnlijk gewerkt met een in plaats van een .
Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen eind september kondigde minister Heinen nog een verlaging van het vrijgesteld vermogen aan (van € 1800 naar € 1000), maar dat wordt nu mogelijk toch teruggedraaid vanwege de weerstand in de Tweede Kamer.
De belangrijkste wijziging is dat de overheid vanaf 2028 de belastingheffing in box 3 wil baseren op het werkelijke rendement van vermogen. Dit betekent dat je belasting betaalt over de inkomsten en waardestijgingen die je daadwerkelijk behaalt in box 3, zoals spaarrente, dividend en gerealiseerdekoers winsten op bijvoorbeeld aandelen, obligaties of andere beleggingsproducten.
Aanvankelijk was er sprake van een vermogensaanwasbelasting (waarbij je ook wordt belast als aandelen nog niet zijn verkocht), maar het lijkt er nu toch op dat dit een vermogenswinstbelasting wordt. Het kabinet wil de koerswinst op aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten in box 3 vanaf 2028 namelijk pas belasten op het moment van verkoop.
Dit stelsel wordt de opvolger van de vermogensrendementsheffing die in 2026 en 2027 nog geldt.
Daarnaast is er de wens om in 2028 te werken met een vrijgesteld rendement in plaats van met vrijgesteld vermogen, zoals in 2026 en 2027 nog wel gebeurt. Eind september leek er even sprake te zijn van een verlaging van dat vrijgestelde rendement (naar € 1000 ten opzichte van de eerder aangekondigde € 1800). Maar begin oktober draaide minister Heinen dit voorstel alweer terug vanwege de vele weerstand uit de Tweede Kamer.
Om invoering van de plannen op 1 januari 2028 haalbaar te maken, moet de Eerste Kamer de wetwijziging vóór 31 december 2026 aannemen. Totdat het nieuwe stelsel definitief van kracht is, blijft het huidige forfaitaire systeem met de tegenbewijsregeling gelden.
In deze tabel hebben we alle kenmerken en verschillen tussen het huidige belastingstelsel (vermogensrendementsheffing) en het nieuwe belastingstelsel (Vermogenswinstbelasting vanaf 2028) op een rijtje gezet:
Belastinggrondslag | Fictief rendement over je vermogen, met vaste percentages voor spaargeld, beleggingen en schulden | Werkelijk rendement (bijv. spaarrente en ontvangen dividend) en gerealiseerde koers- en verkoopwinsten |
Waardering vermogen | Waarde van vermogen minus schulden per 1 januari | Aankoopwaarde versus verkoopopbrengst (waardestijgingen tussentijds worden niet belast zolang je niet verkoopt) |
Vrijstelling | Ja; heffingsvrij vermogen (in 2026: € 59.684 per fiscaal partner, in 2027 waarschijnlijk € ) | Ja; heffingsvrij rendement (naar verwachting € 1800) |
Verliesverrekening | Geen verliesverrekening mogelijk | Verliezen mogen verrekend worden met winsten in toekomstige (en mogelijk eerdere) jaren |
Tarief | Vast tarief, nu 36% over het fictieve rendement | Tarief waarschijnlijk gelijk aan huidig box 3-tarief, 36% |
Vermogensbestanddelen | Spaargeld, beleggingen, etc. ongeacht verkoopstatus | Alle box 3-bezittingen, maar waardestijgingen van aandelen, vastgoed en andere activa worden pas belast bij verkoop |
Complexiteit | Relatief eenvoudig (forfaitair systeem) | Complexer voor belastingbetalers en Belastingdienst vanwege het bijhouden van aankoopkoersen en transacties over meerdere jaren |
Doel | Eenvoudiger en voorspelbaarder | Eerlijker en rechtvaardiger |
Uitvoering | Huidig systeem nog gebruikt tot minstens 2028 | Beoogde invoering vanaf 1 januari 2028 |
De aankondiging van de nieuwe box 3-plannen heeft forse kritiek opgeleverd, zowel vanuit beleggers als diverse politici. De meeste kritiek ging over de eerder voorgestelde vermogensaanwasbelasting, waarbij papieren winsten ook zouden worden belast.
Het oorspronkelijke scenario waarin de plannen weer helemaal 'terug naar de tekentafel' zouden gaan, is door de Kamerbrief van 29 september 2026 weliswaar van de baan, maar de discussie is verplaatst naar de dekkingsmaatregelen. Waar voorheen de vermogensaanwasbelasting en de papieren winsten het grootste pijnpunt waren, lijkt dat nu opgelost te worden door toch te gaan voor een stelsel van vermogenswinstbelasting. De kritiek van begin oktober richt zich vooral op het voornemen om het heffingsvrij resultaat te verlagen naar € 1000. Hierdoor zouden honderduizenden middeninkomens en kleine spaarders sneller belasting gaan betalen. Minister Heinen heeft onder druk van de Tweede Kamer inmiddels toegezegd te willen kijken naar aanpassingen om kleine spaarders en beleggers te ontzien. Hoe het definitieve wetsvoorstel er exact uit gaat zien, hangt af van het overleg over de ingediende novelle.Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement brengt (op basis van de aangepaste plannen en de novelle van het kabinet) de volgende veranderingen met zich mee per doelgroep:
Er komt (waarschijnlijk) een heffingsvrij rendement van € 1800 per persoon per jaar, waardoor kleine spaarders mogelijk niets extra kwijt zijn aan belasting. Tot dit bedrag aan rendement kunnen spaarders belastingvrij sparen.
Dit kan leiden tot liquiditeitsproblemen, omdat er belasting betaald moet worden over winst die nog niet in geld is omgezet.
Verliezen zijn aftrekbaar en kunnen verrekend worden met toekomstige winsten, wat voordelig kan zijn voor actieve beleggers.
Beleggers moeten meer administratie bijhouden door het jaarlijks vaststellen van waardeontwikkeling en inkomsten.
In het algemeen betekent dit dat het nieuwe stelsel rechtvaardiger is door belasting over daadwerkelijk rendement en waardestijging, maar ook complexer en kan zorgen voor praktische uitdagingen, vooral bij beleggers en vastgoedbezitters die niet altijd direct liquiditeit hebben om belasting te betalen over ongerealiseerde winsten.
© 2026 Raisin SE, Berlin