Belastinggrondslag | Fictief rendement over je vermogen, met vaste percentages voor spaargeld, beleggingen en schulden. | Werkelijk rendement: belast zowel de inkomsten uit spaargeld en beleggingen, als de waardestijgingen |
Waardering vermogen | Waarde van vermogen minus schulden per 1 januari | Waardering op 1 januari en 31 december, verschil is belastbaar |
Vrijstelling | Ja; heffingsvrij vermogen (in 2026: € 59.684 per fiscaal partner) | Ja; heffingsvrij resultaat (naar verwachting € 1800 in 2028) |
Verliesverrekening | Geen verliesverrekening mogelijk | Verliezen boven € 500 per jaar mogen onbeperkt worden verrekend met toekomstige winsten |
Tarief | Vast tarief, nu 36% over het fictieve rendement | Tarief waarschijnlijk gelijk aan huidig box 3-tarief, 36% |
Vermogensbestanddelen | Spaargeld, beleggingen, etc. ongeacht verkoopstatus | Alle vermogensbestanddelen in box 3, inclusief onontgonnen waardestijgingen en inkomsten |
Complexiteit | Relatief eenvoudig (forfaitair systeem) | Complexer door waarderingen en ongerealiseerde winsten |
Doel | Eenvoudiger en voorspelbaarder | Eerlijker en rechtvaardiger |
Uitvoering | Huidig systeem nog gebruikt t/m 2027 | Invoering gepland op 1 januari 2028, wet nog niet definitief |