De vermogensaanwasbelasting is een nieuw belastingconcept dat in Nederland werd overwogen om het huidige box 3-stelsel te hervormen. De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met dit wetsvoorstel, maar de behandeling in de Eerste Kamer is aangehouden doordat het kabinet de plannen versneld wil omvormen naar een vermogenswinstbelasting. Raisin legt uit wat vermogensaanwasbelasting precies is, hoe het verschilt van het huidige belastingsysteem en wat de actuele plannen zijn.

Vermogensaanwasbelasting is een belasting die jaarlijks wordt geheven over de inkomsten uit vermogen (zoals rente en dividend) en over de waardestijging van vermogensbestanddelen (zoals aandelen en andere beleggingen) ongeacht of deze verkocht zijn of niet.
Dit betekent dat belastingplichtigen elk jaar vermogensbelasting betalen over de waardestijging van hun bezittingen in box 3.
Vermogenswinstbelasting belast de winst die gerealiseerd wordt bij de verkoop van vermogensbestanddelen, zoals aandelen of onroerend goed.
Het huidige box 3-stelsel in Nederland hanteert een forfaitair rendement voor vermogensbestanddelen. Dit betekent dat er belasting wordt geheven op basis van een fictief rendement die voor iedereen gelijk is, in plaats van het werkelijke rendement dat elk individu daadwerkelijk heeft behaald.
Dit systeem wordt vaak als oneerlijk ervaren. In tijden van lage rentes en rendementen betalen belastingplichtigen dan soms belasting over rendementen die ze niet daadwerkelijk hebben behaald.
Ook in tijden van hoge rentes kan het huidige belastingsysteem oneerlijk zijn, omdat mensen met hoge rendementen net zo veel belasting betalen als mensen die een lager rendement hebben behaald.
De overheid streef met de voorgestelde hervorming naar:
Vastgoed: Het jaarlijks belasten van de waardestijging van vastgoed via een vermogensaanwasbelasting is in de praktijk erg complex, omdat het bepalen van de exacte marktwaarde zonder verkoop lastig is en de huiseigenaar niet altijd de nodige liquide middelen heeft. Daarom kiezen belastingstelsels er bij vastgoed vaak voor om dit uit te zonderen van de vermogensaanwasbelasting en in plaats daarvan een vermogenswinstbelasting toe te passen. Hierbij wordt pas afgerekend bij de daadwerkelijke verkoop van het pand. Ontvangen huurinkomsten vallen wel direct onder de jaarlijkse belastingheffing, waarbij gemaakte onderhouds- of beheerkosten vaak aftrekbaar zijn.
In dit rekenvoorbeeld laten we de heffingsvrije grens (het grensbedrag tot waar je belastingvrij kunt sparen) en eventuele aftrekposten achterwege.
Stel dat je een aandelenportefeuille hebt met een waarde van € 10.000 op 1 januari en deze stijgt naar € 12.000 op 31 december. De waardestijging (het rendement) van € 2000 wordt belast met een tarief van 36%, wat resulteert in een belasting van € 720.
Het kabinet heeft al een tijd lang plannen om het box 3-stelsel te hervormen met een hybride model dat vermogensaanwasbelasting als vermogenswinstbelasting combineert. De invoering hiervan is echter uitgesteld tot minimaal 2028 vanwege complexiteit en personeelstekort.
In februari 2026 stemde de Tweede Kamer nog in met het oorspronkelijke wetsvoorstel (gebaseerd op vermogensaanwasbelasting). De Eerste Kamer hield de stemming over dit wetsvoorstel echter aan vanwege grote kritiek op de vermogensaanwasbelasting en de uitvoerbaarheid ervan.
Inmiddels heeft het kabinet toezeggingen gedaan om via een wetswijziging (novelle) het stelsel versneld om te vormen naar een brede vermogenswinstbelasting voor beleggingen en vastgoed, waarbij pas belasting wordt betaald bij de verkoop van activa. Over ontvangen spaarrente blijft wel belasting verschuldigd over het werkelijk ontvangen bedrag.
Op de hoogte blijven van veranderingen rondom het belastingstelsel in Nederland? Volg dan ons box 3-nieuws.
Hoewel de Tweede Kamer begin 2026 instemde met het wetsvoorstel, riep de vermogensaanwasbelasting brede politieke en maatschappelijke kritiek op.
Het grootste bezwaar was dat mensen belasting moeten betalen over 'papieren winsten' zonder dat de beleggingen daadwerkelijk zijn verkocht en er geld beschikbaar is om de belasting te betalen. Dit zou zorgen voor liquiditeitsproblemen.
Ook bleek de jaarlijkse waardebepaling voor de Belastingdienst én de belastingplichtige erg ingewikkeld en administratief belastend. Vanwege deze bezwaren heeft de Eerste Kamer de wet aangehouden en stuurde het kabinet alsnog aan op een brede vermogenswinstbelasting.
© 2026 Raisin SE, Berlin