De 25 grootste beursgenoteerde Nederlandse bedrijven (die tot de AEX behoren), zijn logischerwijs ook onderdeel van de Europese aandelenmarkt.
De AEX leunt zwaar op de halfgeleiderindustrie en bedrijven als ASML, ASMI en Besi hebben een grote impact op de Amsterdamse beurs. Als de halfgeleidersector wereldwijd instort of juist recordhoogtes bereikt, beweegt de hele AEX direct hard mee.
Ook in veel andere Europese landen zie je dat bepaalde sectoren een flinke stempel op de nationale index drukken. Veel indexen zijn gewogen, waardoor bedrijven met een hogere marktwaarde zwaarder meetellen.
Duitsland: Hier vormen aandelen gerelateerd aan automotive en industrie een grote speler. Denk aan de gevestigde autofabrikanten en machinebouwers.
In Zwitserland en Denemarken zijn de gezondheidszorg en farmacie juist populaire, beursgenoteerde bedrijven: giganten zoals Roche of Novo Nordisk hebben een enorme marktwaarde en zijn vaak redelijk conjunctuurbestendig.
Juist omdat nationale beurzen zo sterk afhankelijk zijn van hun eigen specifieke sectoren, kan spreiding over meerdere Europese landen verstandig zijn. Als de auto-industrie het zwaar heeft of de chipmarkt afkoelt, wil je liever niet dat je hele vermogen direct geraakt wordt.
Het mooie is dat je dit niet ingewikkeld hoeft te zijn: in plaats van allemaal losse, Europese aandelen te kopen, kun je met in één keer beleggen in alle Europese aandelen, door te kiezen voor een ETF of fonds dat een Europese index volgt.
En zoals je eerder in dit artikel las, presteren breed gespreide indexfondsen op de lange termijn vrijwel altijd beter dan losse aandelen.