De kogel is door de kerk: op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de definitieve Miljoenennota voor 2027. Waar we eerder moesten afgaan op uitgelekte conceptplannen, is het nu helder wat er volgend jaar echt gaat veranderen in jouw portemonnee. We zetten de 10 belangrijkste maatregelen en fiscale aanpassingen voor je op een rij.
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
Het kabinet trekt € 1,5 miljard uit voor het verbeteren van de . De koopkracht daalt in 2027 minder hard dan eerder werd gevreesd (-0,1% gemiddeld), met lichte vooruitgang voor en .
De zorgpremie stijgt gemiddeld met € 12,50 per maand, gecompenseerd door een hogere zorgtoeslag en een bevriezing van het eigen risico.
De eerder voorgenomen bezuiniging op de is van de baan. Ook gaat de niet sneller omhoog.
Het stijgt licht naar € 60.098 en de vermogensrendementsheffing blijft gelijk op 36%.
Uit de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de koopkracht gemiddeld met -0,1% daalt in 2027 (in plaats van de eerder gevreesde -0,3%).
Het kabinet trekt ruim € 1,5 miljard uit om met name lage en middeninkomens te ontzien. Hierdoor gaan lage inkomens er gemiddeld 0,2% op vooruit en stijgt de koopkracht van gepensioneerden met 0,3%.
Daarnaast trekt het kabinet € 193 miljoen uit voor het Noodfonds Energie om circa 500.000 huishoudens met lage inkomsten in de winter van 2026/2027 te ondersteunen.
De eerder voorgenomen bezuiniging van € 2,8 miljard op de AOW is definitief van de baan. Hiermee blijft de stijging van de AOW-uitkering gekoppeld aan de loonontwikkeling, wat gepensioneerden meer inkomenszekerheid biedt voor de komende jaren.
Het omstreden plan om de AOW-leeftijd sneller te verhogen dan wettelijk was vastgelegd, is definitief geschrapt.
Het kabinet had dit eerder al toegezegd aan vakbonden en maatschappelijke organisaties om meer rust op de arbeidsmarkt te creëren en de financiële planning voor werknemers met zware beroepen te beschermen.
Door het schrappen van deze voorgenomen versnelling blijft de bestaande koppeling van de AOW-leeftijd aan de gemiddelde levensverwachting gehandhaafd via de reguliere norm van acht maanden stijging per gewonnen levensjaar.
Het plan om het maximale dagloon voor sociale uitkeringen (voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of werkloosheid) fors te verlagen gaat niet door. Er was eerder sprake van een verlaging van 20%, dat lijkt nu om een verlaging van 7,5% te gaan.
De voorgenomen halvering van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden wordt met een jaar uitgesteld tot 2029.
Deze versoepeling zorgt op de korte termijn voor een gemiste bezuiniging van bijna € 700 miljoen.
Er wordt € 322 miljoen extra vrijgemaakt voor de verhoging van de kinderopvangtoeslag. Hoewel dit minder is dan in eerdere voorstellen werd besproken, stijgt de vergoeding per uur ten opzichte van dit jaar in 2027 wel mee.
Het plan is nog steeds dat in 2029 de inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag helemaal verdwijnt. Ouders betalen dan enkel een eigen bijdrage van 4%, terwijl de overheid de rest van de kosten op zich neemt.
Huishoudens gaan in 2027 meer belasting betalen op kraanwater: het tarief stijgt met € 0,10 per 1000 liter, wat leidt tot een stijging van circa € 9 tot € 11 per jaar per huishouden.
Daarnaast voert de overheid een aangepaste vliegbelasting in op basis van afstand. Zo betaal je voor kortere vluchten (tot 2000 km) € 31,04 vliegbelasting en worden langere vluchten van boven de 5500 km belast met € 59,43.
De geplande, grote verhoging van het eigen risico voor de zorgverzekering wordt opgeschort tot 2028. Er was eerder sprake van een verhoging van € 60, maar dat gaat nu om een verhoging van € 15 (conform indexatie). Het minimale eigen risico stijgt dus van € 385 naar € 400 in 2027.
Wel stijgt de gemiddelde zorgpremie met zo'n € 12,50 per maand (naar gemiddeld € 169 per maand), wat voor lagere inkomens wordt gecompenseerd door een verhoging van de maximale zorgtoeslag naar € 140 per maand.
Tijdens Prinsjesdag is er al iets meer helderheid gekomen over vermogensbelasting in box 3 voor 2027. Het heffingsvrije vermogen stijgt licht van € 59.357 naar € 60.098 per persoon (€ 120.196 voor fiscale partners).
Toch neemt de totale belastingdruk op vermogen niet af. Het belastingtarief in box 3 blijft gehandhaafd op een hoog niveau van 36% en voor beleggers gaat het fictieve rendement omhoog van 6,00% naar 6,37%. Daardoor neemt de belastingdruk op beleggingen toe van 2,16% naar 2,29%.
Het is nog niet bekend wat het fictieve rendement op spaargeld en schulden wordt.
De belastingdruk voor de hoogste inkomensgroepen stijgt vanaf volgend jaar met zo'n € 750 miljoen. Dit gebeurt onder meer door het versneld afbouwen van specifieke heffingskortingen bij een hoger verzamelinkomen.
Ook zzp'ers krijgen te maken een hogere belastingdruk; de zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd van € 1200 in 2026 naar € 900 in 2027.
De definitieve Prinsjesdagplannen laten zien dat de nadruk vooral ligt op koopkrachtherstel op de korte termijn, terwijl het opbouwen en behouden van vermogen onder druk blijft staan. Hoewel de box 3-vrijstelling stijgt naar € 60.098 per persoon, zorgt de stijging van het fictieve rendement op beleggingen voor een hogere belastingdruk op beleggingen in 2027.
Over het fictieve rendement op spaargeld is nog niets bekend, maar de verwachting is dat ook hiervoor de belastingdruk stijgt. Bovendien blijft de inflatie hoog, waardoor spaargeld bij een lage rente afneemt in koopkracht. Voor spaarders blijft het dus relevant om spaarrentes te vergelijken en te profiteren van hogere spaarrentes bij andere banken in Europa.
Je spaargeld is bij elke bank beschermd tot € 100.000 per rekeninghouder onder het nationale depositogarantiestelsel van het land waar de bank gevestigd is, net als in Nederland.
© 2026 Raisin SE, Berlin