HomeBox 3 belastingVrijstelling in box 3 in 2026 en 2027

Last updated: 1 oktober 2026

Vrijstelling box 3 in 2026 en 2027

De Belastingdienst hanteert een vrijstelling voor je vermogensbelasting: het heffingsvrij vermogen. Tot dit bedrag betaal je geen belasting. Hoe zit dit precies? Moet je altijd aangifte doen in box 3, ook als je niet boven het heffingsvrij vermogen uitkomt? En hoeveel moet je betalen in 2026 en 2027 als je wel boven deze vrijstelling uitkomt? Raisin legt uit.

Vrijstelling box 3 in 2025 en 2026

Written for you by:

Nicole van Roekel
Nicole van Roekel

Contributing author

Nicole van Roekel, Content Manager & Copywriter at Raisin

Contributing author

Eelco Habets
Eelco Habets, Algemeen directeur at Raisin

Expert

In het kort

  • Iedereen in Nederland profiteert van een vrijstelling op vermogen in box 3.

  • In 2026 is de vrijstelling in box 3 € 59.357 voor alleenstaanden en € 118.714 voor fiscale partners. 

  • Op Prinsjesdag werd voor 2027 nog een verhoging van het heffingsvrij vermogen aangekondigd naar € 60.098, maar begin oktober wordt er juist een halvering voorgesteld en wordt de vrijstelling in 2027 mogelijk verlaagd naar € 30.846.

Hoe hoog is de vrijstelling in box 3?

JaarZonder fiscale partnerMet fiscale partnerVerandering t.o.v. vorig jaar

2023

€ 57.000

€ 114.000

+12,54%

2024

€ 57.000

€ 114.000

0%

2025

€ 57.684

€ 115.368

+1,20%

2026

€ 59.357

€ 118.714

+2,90%

2027

€ 30.846 (nog niet zeker)

€ 61.692 (niet zeker)

-48%

Wat is de vrijstelling box 3? (heffingsvrij vermogen)

Net zoals bij de inkomstenbelasting in box 1, hanteert de Belastingdienst bepaalde vrijstellingen in box 3. Er is een algemene, maximale vrijstelling voor iedereen (het zogenaamde heffingsvrij vermogen).

Daarnaast zijn er ook persoonlijke vrijstellingen voor bijvoorbeeld kapitaalverzekeringen en lijfrentes. Sommige bezittingen (zoals een auto of contant geld tot een bepaald bedrag) hoef je daarnaast niet in box 3 op te geven.

De algemene vrijstellingsgrens is voor alle Nederlanders gelijk, ongeacht het totale vermogen.

Soorten vrijstellingen in box 3

Op basis van de grondslag sparen en beleggen wordt berekend hoeveel belasting je moet betalen. Die grondslag kun je verlagen met de volgende vrijstellingen:

  • Algemene vrijstelling voor vermogen die gelijk is voor alle spaarders (€ 59.357 per persoon in 2026 en € 30.846 in 2027).
  • Vrijstelling voor kapitaalverzekeringen (ook wel bekend als levensverzekeringen). Het geld dat je in een kapitaalverzekering stopt, mag je aftrekken.
  • Vrijstelling voor lijfrentes. Het geld dat je in een officieel pensioenproduct zoals een pensioenspaarrekening of pensioenbeleggingsrekening stopt, mag je aftrekken in box 1. Het opgebouwde tegoed is daarnaast vrijgesteld van belasting in box 3. Je betaalt er dus tijdens de opbouwperiode geen vermogensrendementsheffing over.
  • Vrijstelling voor contant geld (ook wel thuisgespaard geld genoemd). Dit omvat contant geld en cadeaubonnen die je in 2026 tot een waarde van € 672 (of € 1344 als fiscale partners) niet hoeft op te geven bij je belastingaangifte.
  • Niet-opeisbare vorderingen uit een erfenis.
  • Vrijstellingen voor erkend groen spaargeld en groene beleggingen. In 2026 is de vrijstelling licht omhoog gegaan (naar bijna € 27.000 per persoon). In 2027 bedraagt de fiscale vrijstelling voor groen sparen en groen beleggen in box 3 nog maar € 200 per persoon (€ 400 voor fiscale partners) en in 2028 wordt deze vrijstelling helemaal afgeschaft.

De volgende bezittingen zijn daarnaast vrijgesteld van de vermogensheffing. Deze hoef je dus niet op te geven in box 3:

  • Roerende goederen, zoals een auto.
  • Kunst- en wetenschapsobjecten, die niet voornamelijk als belegging gehouden worden.
  • Bezittingen die je opgeeft in een andere box. Zoals je eigen woning (box 1) of een aandeel in een onderneming (box 2).
  • Landgoederen (onder de Natuurschoonwet 1928), bossen en natuurterreinen, zonder het onroerend goed hiervan.

Hoe werkt de box 3-vrijstelling?

Tot een bepaald bedrag aan vermogen in box 3 hoef je in Nederland  helemaal geen belasting te betalen. Dit wordt de belastingvrije voet genoemd en tot dit bedrag kun je dus belastingvrij sparen en/of onbelast beleggen. Het vermogen boven deze grens is wel belastbaar en hier betaal je dus vermogensrendementsheffing over.

De vrijstelling én de eerdere vrijstellingen die we al noemden in dit artikel, verlagen je grondslag sparen en beleggen. Bij het vaststellen van deze grondslag neem je alle bezittingen die in box 3 vallen. Dat is het geld dat op je lopende rekening(en) staat, je spaarbedragen en de waarde van je beleggingen op 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet. Hier trek je je schulden die boven de schuldendrempel vallen vanaf. En van dit bedrag trek je vervolgens de vrijstellingen af.

Tot en met 2021 werd er uitsluitend gebruik gemaakt van het oude belastingstelsel waarbij met drie belastingschijven gewerkt werd, vergelijkbaar met box 1. Mensen met meer vermogen betaalden een hoger percentage belasting. Dit stelsel bleek te oneerlijk te zijn voor mensen die relatief veel spaarden en weinig belegden. Mensen die relatief veel beleggingen hadden (zoals aandelen) en overige bezittingen (zoals vastgoed in de vorm van een tweede woning of garagebox), kwamen toen gunstiger uit.

In het overgangsstelsel, dat sinds 2022 en tot minstens 2028 van toepassing is, wordt spaargeld een stuk lichter belast dan beleggingen dan voorheen. Het fictieve rendement dat behaald kan worden met beleggingen, is immers ook hoger dan op spaargeld. Over het fictieve rendement betaal je uiteindelijk vermogensrendementsheffing (in zowel 2026 als 2027 is dat 36%).

Waarom gaat de box 3 vrijstelling omlaag in 2027?

Op Prinsjesdag werd nog een verhoging van de box 3 vrijstelling aangekondigd voor 2027, maar begin oktober werd juist aangekondigd dat het kabinet deze wil halveren naar € 30.846. Dit voorstel maakt deel uit van een breder pakket aan begrotingsmaatregelen van het kabinet rondom koopkracht en sociale zekerheid. 

Door deze vrijstelling flink te verlagen via een aanpassing van het wetsvoorstel (een novelle), wil de overheid in 2027 zo'n € 396 miljoen extra aan belastinginkomsten ophalen bij vermogenden en spaarders, waardoor een aanzienlijk grotere groep Nederlanders al bij een lager vermogen belasting verschuldigd zal zijn in box 3.

Moet ik ook aangifte doen als ik niet boven de vrijstelling uitkom?

Nee. Doorgaans hoef je geen aangifte te doen als je vermogen niet boven de vrijstelling uitkomt, behalve als je expliciet hiertoe opgeroepen wordt of geadviseerd wordt om het alsnog te doen.

Weet je het niet zeker? Dan kun je natuurlijk alsnog aangifte doen. Je hebt hier een overzicht van al je beleggingen en spaartegoeden van het jaar waarover je aangifte doet, nodig. Als je bijvoorbeeld een account had bij Raisin, ontvang je jaarlijks een jaaroverzicht met de waarde van je spaargeld op 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet.

Komt je (gedeelde) vermogen na aftrek van schulden niet boven het heffingsvrije vermogen? Dan betaal je geen belasting. 

Sommige mensen proberen rond de peildatum van 1 januari hun vermogen slim te schuiven, zodat ze bijvoorbeeld meer spaargeld en minder beleggingen hebben en profiteren van een lagere belastingdruk. Dit is echter niet toegestaan. Peildatumarbitrage, zoals dit wordt genoemd, kan door de Belastingdienst worden aangemerkt als belastingontwijking.

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Nicole is content manager & copywriter bij Raisin.

    Meer lezen
  • Expert: Eelco Habets
    Expert: Eelco Habets

    Eelco is algemeen directeur van Raisin Nederland.

    Meer lezen