De spaarrente was de afgelopen jaren flink in beweging. Na jaren van lage (en zelfs negatieve) rentes, zat de spaarrente in 2022 eindelijk weer in de lift. Maar hoe ging dat eigenlijk in de afgelopen decennia? Zijn de spaarrentes nu extreem hoog of valt dat historisch gezien wel mee? Kijk mee in de geschiedenis van de Nederlandse spaarrente.

Door:
Auteur
Auteur
Expert
Expert
Aan het begin van de waren heel gebruikelijk.
Van daalde de spaarrente van .
Vanhadden we te maken die maar net (of soms zelfs onder) de 0% lagen.
In , omdat de ECB de depositorente verhoogde met als doel de inflatie af te remmen. Sinds is er juist weer een / te zien, toen de inflatie in heel Europa afzwakte. In loopt de inflatie op en stijgt de rente juist weer bij talloze Europese banken.

Bron: DNB
2003 | 2,85% |
2004 | 2,66% |
2005 | 2,46% |
2006 | 2,45% |
2007 | 2,67% |
2008 | 2,93% |
2009 | 2,71% |
2010 | 2,03% |
2011 | 2,21% |
2012 | 2,21% |
2013 | 1,61% |
2014 | 1,30% |
2015 | 1,00% |
2016 | 0,57% |
2017 | 0,26% |
2018 | 0,13% |
2019 | 0,09% |
2020 | 0,04% |
2021 | 0,01% |
2022 | 0,01% |
2023 | 0,90% |
2024 | 1,62% |
2025 | 1,40% |
2026 (t/m juni) | 1,29% |
We gaan 30 jaar terug in de tijd: 1994. De gemiddelde variabele spaarrente lag toen rond de 5%. Dat klinkt hoog, maar in de jaren ervoor lagen de rentetarieven nog hoger. Er waren tijden waarin je spaarrentes tot wel 8% ontving. Aan de andere kant betekent het ook dat hypotheekrentes van 10% of meer geen uitzondering waren.
Van 1995 tot 1997 gingen de spaarrentes en hypotheekrentes weer omlaag. Beleggen en lijfrenteverzekeringen werden steeds populairder, wat de trend van dalende spaarrentes veroorzaakte.
De inflatie zakte steeds verder richting de gewenste 2% per jaar en dus stelde ook de ECB de rente bij. Banken volgden met lagere spaarrentes.
Van 1994 tot 2004 bleef de spaarrente dalen, tot spaarders in 2004 gemiddeld 2,67% rente op hun spaargeld ontvingen.
Die daling zette door 2006, tot de spaarrente in 2007 voor het eerst in jaren weer een klein beetje steeg. Vanwege de dalende inflatie, verhoogde de Europese Centrale Bank in de periode van 2005 tot 2007 meerdere keren de ECB-depositorente (die leidend is voor de spaarrente) in acht gelijke stappen naar 4,00%. De inflatie was in 2006 slechts 1,1% en lag daarmee ver onder het gewenste niveau dat de centrale banken nastreven (2% per jaar).
Die verhoging werkte in deze periode niet volledig door naar de spaarrente. Terwijl de ECB-rente steeg met 20%, steeg de gemiddelde spaarrente voor huishoudens in Nederland met slechts 0,4%.
Rond 2012 werd er weer een daling van de rentetarieven ingezet. Dat kwam doordat de ECB het rentetarief verlaagde om de economie te stimuleren, waardoor het voor banken niet langer interessant was om spaargeld aan te trekken.
In die neerwaartse trend bleven we lang hangen. In 2019 bereikten we al een dieptepunt met rentes die maar net boven de 0% lagen. Dat bleef zo tot 2022. Er was zelfs een tijdje sprake van een negatieve rente op (hoge) spaartegoeden. Kortom: sparen was niet bepaald aantrekkelijk en dus bleven we - zeker na de coronacrisis - massaal geld uitgeven. Met als gevolg: een extreem hoge inflatie.
In 2022 was de inflatie dusdanig hoog, dat de Europese Centrale Bank besloot in te grijpen en de ECB-depositorente stapsgewijs te verhogen tot een hoogte van 4,00% in september 2023. Ook banken volgden stapsgewijs en verhoogden hun rentes. De verhoging van de ECB-rente werkte in deze periode beter door naar de spaarrente dan in de periode 2005-2007, maar bleef nog steeds flink achter. Zeker de Nederlandse grootbanken voerden een renteverhoging maar mondjesmaat door, in vergelijking met andere Europese banken, waar de variabele spaarrente soms wel 2x zo hoog was als in Nederland.
Waar de gemiddelde spaarrente in Nederland begin 2022 nog op vrijwel 0% lag, steeg de spaarrente in 2023 naar een gemiddelde van 0,93%. En in 2024 steeg de gemiddelde spaarrente al richting de 1,5%. In 2025 daalde de gemiddelde spaarrente naar 1,4%, aangezien de inflatie in heel Europa afzwakte en de ECB haar rentes verlaagde.
In 2014 was de gemiddelde spaarrente ongeveer net zo hoog als in 2026. De spaarrente lag toen ook rond de 1,3%, zoals nu het geval is.
De ECB-rente bleef in de eerste helft van 2026 stabiel. Ook de spaarrentes bleven redelijk stabiel.
Totdat de inflatie in Europa harder opliep dan werd verwacht en de ECB zich genoodzaakt voelde om de rente in juni 2026 te verhogen van 2,00% naar 2,25%. Veel banken volgden met hogere spaarrentes, op zowel spaarrekeningen als spaardeposito's.
De inflatie in de eurozone blijft hardnekkig hoog (de ECB gaat nu uit van gemiddeld 3% in 2026) en de markt verwacht nog zeker één renteverhoging later dit jaar. De verwachting is dan ook dat spaarrentes in 2026 nog verder kunnen stijgen.
Meer weten over de spaarrente verwachtingen voor 2026 en daarna? Lees ons artikel hierover.
In de jaren ‘80 kon je bij veel banken spaarrentes van boven de 10% krijgen. Ook de hypotheekrentes lagen toen ruimschoots boven de 10%. In 1980 werd de hoogste rente ooit gemeten die door een Nederlandse bank werd aangeboden: spaarders kregen toen maar liefst 11,6% rente op hun vrij opneembaar spaargeld.
Na het openen van je account kun je onbeperkt (gratis) spaarrekeningen en spaardeposito's openen om te profiteren van de hoge spaarrentes in Europa.
© 2026 Raisin SE, Berlin