De Belastingdienst gaat ervan uit dat je bezittingen in box 3 (spaargeld en/of beleggingen) rendement opleveren. Daar betaal je dan ook belasting over. Bepaalde schulden mag je in box 3 opgeven om je belastingheffing te verlagen.

Home › Box 3 belasting › Schulden in box 3
Bepaalde schulden, zoals een lening voor een auto, een tweede woning of een negatief saldo op een bankrekening, mag je boven een bepaald bedrag . Daardoor betaal je over je vermogen.
Van het totale bedrag van de schuld trek je de af, die is (aangifte in 2027) Schulden boven deze drempel mag je aftrekken.
(Kinder)alimentatie is doorgaans in box 3.
Welke schulden kun je opgeven in box 3? De algemene regel van de Belastingdienst is dat de schuld het vermogen direct moet verlagen. En niet op een andere manier gebruikt wordt voor belastingvoordeel. Daarnaast zijn er regels omtrent bijvoorbeeld de looptijd van de schuld:
Negatief saldo bij de bank (ook in het buitenland) | Ja | |
Leningen | Ja | Looptijd langer dan één jaar. Afhankelijk van het doeleinde van de lening (bijvoorbeeld voor een consumptiegoed) |
Studieschuld | Ja | Alleen als de schuld niet meer in een gift omgezet kan worden |
Hypotheek en andere schulden voor financiering van onroerend goed | Ja | Alleen als de hypotheek/schuld niet bedoeld is voor een eigen woning (eigenwoningschuld alleen in Box 3 tegen bepaalde voorwaarden) |
Terugbetalen van toeslagen/persoonsgebonden budget/levenlanglerenkrediet | Ja | |
Erfbelasting | Ja | In het jaar van de belasting |
Schenkingen op papier | Ja | |
Schulden die je niet op kunt eisen als langstlevende echtgenoot | Nee | |
Schulden/leningen met lopende termijnen korter dan 1 jaar | Nee | |
(Kinder)alimentatie of schulden vanwege een achterstand in (kinder)alimentatie | Nee | Onder voorwaarden aftrekbaar in box 1. Vanaf 2016 niet meer in box 3. |
Bezittingen worden tot de vrijstellingsgrens vrijgesteld van belasting. Op dezelfde manier kun je enkel schulden opgeven die boven de drempel voor schulden in box 3 vallen. Je telt alle schulden bij elkaar op en trekt het drempelbedrag hiervan af.
Voor fiscaal jaar 2026 bedraagt de schuldendrempel € 3800, of € 7600 voor fiscale partners. Is je schuld lager dan deze drempelbedragen? Dan kun je je schuld niet fiscaal aftrekken in box 3. Is je schuld hoger dan deze drempel? Dan kun je het bedrag boven deze drempel fiscaal aftrekken in box 3.
In het onderstaande rekenvoorbeelden laten we zien hoeveel belasting je uiteindelijk moet betalen als je € 100.000 aan spaargeld hebt en € 100.000 aan beleggingen. In het eerste rekenvoorbeeld gaan we uit van twee fiscale partners zonder aftrekbare schuld, in het tweede rekenvoorbeeld hebben de fiscale partners wél een schuld.
Eerst wordt het totale rendement berekend.
Vervolgens wordt het vermogen gebruikt om het gemiddelde rendement op vermogen te berekenen:
Dit rendement wordt vermenigvuldigd met het percentage vermogensbelasting. Dat is in 2026 36%. Grondslag sparen en beleggen in 2026 = vermogen – heffingsvrij vermogen = € 200.000 – € 59.357 = € 140.643
Fictief rendement op vermogen in 2026: = € 140.643 x 3,64% = € 5129
Uiteindelijke belasting over vermogen in 2026: € 5129 x 36% = € 1847
Eerst wordt het totale rendement berekend.
Hierop worden de schuld van € 50.000 in mindering gebracht.
Vervolgens wordt het vermogen vastgesteld om aan de hand hiervan het rendement op vermogen te berekenen:
Dit rendement wordt vermenigvuldigd met de grondslag om tot het totale inkomen uit winst op vermogen te komen, en dit bedrag vermenigvuldigd met de belastingvoet van 36%.
Er bestaat veel verwarring over schulden uit (kinder)alimentatie. Kun je deze aftrekken in box 3? Kort gezegd was dit in 2015 en 2016 nog het geval. Sindsdien wordt het door de Belastingdienst niet meer als schuld aangezien.
Hier zijn uitzonderingen op. Zo kun je hypotheekschulden van een woning die je met een ex-partner gekocht hebt, maar waar je zelf niet in woont, mogelijk in box 3 opgeven. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst.
© 2026 Raisin SE, Berlin