Belasting tweede huis (box 3) in 2026 en 2027: hoe zit dat?

Heb je een tweede huis? Bijvoorbeeld een vakantiehuis of een appartement dat je verhuurt? Dan valt deze hoogstwaarschijnlijk in box 3. Maar hoeveel belasting moet je betalen over een tweede huis in 2026? En wat verandert er in 2027? Raisin legt uit.

Belasting tweede huis
HomeBox 3 belastingBelasting tweede huis (box 3)

Last updated: 9 april 2026

In het kort

  • De waarde van een tweede woning (min eventuele schulden op deze woning) geef je in principe op in box 3. In box 3 worden ook je spaargeld en beleggingen belast.

  • Als je vermogen in box 3 (spaargeld, beleggingen en overige bezittingen zoals een tweede woning etc.) in 2026 na aftrek van schulden boven de € 59.357 (of € 118.714 als fiscale partners) uitkomt, ga je hierover vermogensrendementsheffing betalen.

  • In 2027 gaat de box 3 vrijstelling mogelijk omlaag naar € 30.846. Ook wordt er nog gedebatteerd over het verhogen van het fictieve rendement op beleggingen en vastgoed, naar 7,87%. Als deze regels inderdaad worden doorgevoerd, ga je vanaf 2027 mogelijk aanzienlijk meer belasting betalen over je tweede woning.

Belastingopgave voor een tweede huis

Een tweede huis dat je niet gebruikt als hoofdverblijf ziet de Belastingdienst doorgaans als bezit in box 3. Ook een (vakantie)huis in het buitenland valt hier bijvoorbeeld onder. Om te bepalen of en hoeveel belasting je betaalt over je tweede woning, moet je kijken naar de volgende twee factoren:
  • De WOZ-waarde van de tweede woning. Let op: er wordt gekeken naar de WOZ-waarde van het jaar vóór de aangifte. Als je in 2027 aangifte doet over fiscaal jaar 2026, wordt er dus gekeken naar de WOZ-waarde van de tweede woning op 1 januari 2025.
  • Een mogelijke schuld die je bent aangegaan om de woning te bekostigen, bijvoorbeeld een verhuurhypotheek of opgenomen overwaarde

De WOZ-waarde van je tweede woning tel je op bij je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen in box 3. Als je een woning in het buitenland hebt gekocht, geef je doorgaans de 'vrije verkoopwaarde' (marktwaarde in onbewoonde staat) van de woning op. 

Van het totaalbedrag worden je schulden in box 3 (minus de schuldendrempel) en het vrijstellingsbedrag (heffingsvrij vermogen) afgetrokken.

Hoe wordt bepaald hoeveel belasting je betaalt over een tweede woning?

In box 3 betaal je een vermogensrendementsheffing (ook wel vermogensbelasting genoemd).

Bij het vaststellen van deze heffing gaat de Belastingdienst in 2026 en 2027 nog uit van een fictief (forfaitair) rendement. Zolang je tweede huis in box 3 valt, maakt het dus niet uit hoeveel je woning daadwerkelijk oplevert. En ook niet of je het verhuurt en hoeveel huur je daarmee binnenhaalt.

Vanaf 2028 wil de overheid vermogen belasten op basis van het werkelijke rendement en moet je dus je verhuuropbrengsten opgeven en daar belasting over betalen. 

Over de jaarlijkse waardestijging van een tweede woning hoef je waarschijnlijk nog geen belasting te betalen, maar je betaalt pas belasting over de opbrengst van je tweede woning bij verkoop.

Tweede woning verhuren: hoe zit het met belasting?

Verhuur je een tweede woning? Dan hoef je op dit moment (nog) geen belasting te betalen over de daadwerkelijk gerealiseerde huurinkomsten. Je betaalt immers belasting over een fictief rendement, de daadwerkelijke opbrengst is niet relevant.

Hier zijn wel voorwaarden aan gesteld. Zodra je een tweede woning verhuurt op de korte termijn én hiernaast diensten levert, kan het dat de verhuur gezien wordt als inkomsten. Zodra je méér doet dan alleen de woning verhuren (bijvoorbeeld zelf ontbijt serveren, linnengoed wassen, of heel actief dagelijks huurders werven/begeleiden), ziet de Belastingdienst dit als een commerciële dienst of "resultaat uit overige werkzaamheden".

In dit geval moet je dan de volledige netto-opbrengst (100% van de huur minus de gemaakte kosten) opgeven in box 1.

Wat kan ik doen als mijn werkelijke huuropbrengst in 2026 lager is dan de fictieve 6,00%?

Als je in 2026 een tweede woning verhuurt en de werkelijke huuropbrengst lager is dan het fictieve rendement van 6,00% (bijvoorbeeld vanwege leegstand voor renovatie of tussen huurders in), dan hoef je niet zomaar akkoord te gaan met de belastingaanslag. Sinds de  uitspraken van de Hoge Raad over box 3 mag de Belastingdienst geen belasting meer heffen op geld dat je niet daadwerkelijk hebt verdiend.

Met de Tegenbewijsregeling bereken je de belasting niet over de fictieve 6,00%, maar over wat het pand je in 2026 echt heeft opgeleverd. Bij het indienen van de definitieve belastingaangifte over 2026 geef je het werkelijke rendement op en betaal je enkel hierover vermogensrendementsheffing.

Belasting over tijdelijke verhuur

Als je de woning waar je zelf woont tijdelijk verhuurt (bijvoorbeeld via Airbnb tijdens je vakantie), dan blijft de woning in box 1 (eigen woning). In dat geval geef je 70% van de ontvangen huur op als "inkomsten uit eigen woning". Kosten die direct samenhangen met de verhuur (zoals advertentiekosten of schoonmaak voor de gasten) mag je van de huur aftrekken voordat je de 70% berekenen.

Vaste lasten (zoals de hypotheekrente of verzekeringen) zijn niet extra aftrekbaar, omdat je die al via de eigenwoningregeling verrekent.

Tweede woning in het buitenland: hoe zit het met belasting?

Heb je een tweede woning in het buitenland gekocht, bijvoorbeeld een tweede huis in Spanje? Dan moet je dit opgeven als vermogen in box 3. 

Omdat de woning in het buitenland staat, geldt in principe een vrijstelling voor je vakantiehuis of recreatiewoning in de belastingaangifte, mits je ook in beginsel inkomstenbelasting moet betalen in het desbetreffende land. 

Nederland heeft met vele landen afspraken om dubbele belasting te voorkomen.

Belasting bij huurinkomsten onroerend goed in het buitenland

  • Wereldinkomen opgave: Als Nederlands belastingplichtige dien je jouw wereldinkomen op te geven, waaronder ook de huurinkomsten uit buitenlands onroerend goed.
  • Box 3 vermogen: In de regel valt buitenlands onroerend goed in box 3, waarbij het gaat om de waarde van de woning in het economische verkeer. De schuld die is aangegaan om het buitenlands onroerend goed aan te schaffen mag hier van afgetrokken worden.
  • Vrijstelling dubbele belasting: Onder een belastingverdrag kan Nederland een vrijstelling geven voor het buitenlands onroerend goed om dubbele belasting te voorkomen. De inkomsten worden dan wel meegenomen in de berekening van het progressieve tarief (de zogenaamde 'progressievoorbehoud') in box 1, maar je betaalt hierover in Nederland geen belasting.
  • Belasting in het buitenland: Meestal heft het land waar het onroerend goed zich bevindt de belasting op de huurinkomsten. Je moet daar lokale belastingaangifte doen en de verschuldigde belasting betalen.
  • Belastingverdragen: Elk belastingverdrag dat Nederland heeft gesloten met andere landen kan andere bepalingen bevatten. Deze verdragen zijn bepalend voor welk land het recht heeft om belasting te heffen en hoe dubbele belasting wordt vermeden.

Hypotheekrenteaftrek bij twee huizen

De hypotheekrenteaftrek in Nederland is een fiscale regeling die toelaat dat de rente die je betaalt voor de hypotheek van je hoofdverblijf aftrekbaar is van je belastbaar inkomen in box 1. Dit verlaagt het inkomen waarover je belasting betaalt, waardoor je minder inkomstenbelasting verschuldigd bent.

Bij twee huizen werkt het als volgt:

  • Hoofdverblijf (Eerste woning): De hypotheekrente voor de woning die als hoofdverblijf dient, is aftrekbaar. Dit is de woning waar je woont en die als zodanig bij de gemeente is geregistreerd.
  • Tweede woning: Voor een tweede woning geldt de hypotheekrenteaftrek niet. Een tweede woning wordt gezien als een belegging of vermogensbestanddeel en valt onder box 3. In box 3 betaal je belasting over een forfaitair rendement op je vermogen, dat bestaat uit de waarde van je bezittingen minus eventuele schulden, zoals een hypotheek voor de tweede woning. De rente van een hypotheek voor een tweede woning is dus niet aftrekbaar, maar de schuld mag wel worden afgetrokken van de bezittingen in box 3, waardoor het belastbare vermogen lager uitvalt.

Het is belangrijk te vermelden dat er specifieke regels en uitzonderingen kunnen zijn, bijvoorbeeld als de tweede woning tijdelijk als hoofdverblijf dient of als deze verhuurd wordt en je tijdelijk dubbele hypotheeklasten hebt. Voor de exacte toepassing van de regels en om te bepalen hoe dit in een specifieke situatie werkt, kan het raadzaam zijn om een belastingadviseur te raadplegen.

Rekenvoorbeeld: belasting op tweede woning

In dit rekenvoorbeeld gaan we uit van de volgende cijfers voor fiscaal jaar 2026:
  • Heffingsvrije grens box 3: € 59.357
  • Fictief rendement tweede woning/beleggingen: 6,00%
  • Vermogensbelasting: 36%
  • WOZ-waarde tweede huis: € 300.000
  • Schuld op huis: geen
  • Belastbaar vermogen: € 300.000 - € 59.357 = € 240.643
  • Fictief rendement: 6,00% van € 240.643 = € 14.438 (afgerond)
  • Vermogensbelasting: 36% van € 14.438 = € 5198
In dit voorbeeld zou je voor je tweede huis in fiscaal jaar 2026 ongeveer € 5198 aan vermogensbelasting betalen. Let op: Dit is een vereenvoudigde berekening en er wordt niet gekeken naar eventuele schulden op de woning en ander vermogen in box 3 in de vorm van spaargeld en beleggingen. Het is altijd aan te raden om een belastingadviseur te raadplegen voor een nauwkeurige berekening en advies op maat.

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Nicole is content manager & copywriter bij Raisin.

    Meer lezen
  • Expert: Eelco Habets
    Expert: Eelco Habets

    Eelco is algemeen directeur van Raisin Nederland.

    Meer lezen