Heb je een tweede huis? Bijvoorbeeld een vakantiehuis of een appartement dat je verhuurt? Dan valt deze hoogstwaarschijnlijk in box 3. Maar hoeveel belasting moet je betalen over een tweede huis in 2026? En wat verandert er in 2027? Raisin legt uit.
.png&w=3840&q=75)
De waarde van een tweede woning (min eventuele schulden op deze woning) geef je in principe op in . In box 3 worden ook je spaargeld en beleggingen belast.
Als je vermogen in box 3 (spaargeld, beleggingen en overige bezittingen zoals een tweede woning etc.) in 2026 na aftrek van schulden boven de € 59.357 (of € 118.714 als fiscale partners) uitkomt, ga je hierover betalen.
In 2027 gaat de box 3 vrijstelling mogelijk omlaag naar € 30.846. Ook wordt er nog gedebatteerd over het verhogen van het fictieve rendement op beleggingen en vastgoed, naar 7,87%. Als deze regels inderdaad worden doorgevoerd, ga je vanaf 2027 mogelijk aanzienlijk meer belasting betalen over je tweede woning.
De WOZ-waarde van je tweede woning tel je op bij je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen in box 3. Als je een woning in het buitenland hebt gekocht, geef je doorgaans de 'vrije verkoopwaarde' (marktwaarde in onbewoonde staat) van de woning op.
Van het totaalbedrag worden je schulden in box 3 (minus de schuldendrempel) en het vrijstellingsbedrag (heffingsvrij vermogen) afgetrokken.
In box 3 betaal je een vermogensrendementsheffing (ook wel vermogensbelasting genoemd).
Bij het vaststellen van deze heffing gaat de Belastingdienst in 2026 en 2027 nog uit van een fictief (forfaitair) rendement. Zolang je tweede huis in box 3 valt, maakt het dus niet uit hoeveel je woning daadwerkelijk oplevert. En ook niet of je het verhuurt en hoeveel huur je daarmee binnenhaalt.
Vanaf 2028 wil de overheid vermogen belasten op basis van het werkelijke rendement en moet je dus je verhuuropbrengsten opgeven en daar belasting over betalen.
Over de jaarlijkse waardestijging van een tweede woning hoef je waarschijnlijk nog geen belasting te betalen, maar je betaalt pas belasting over de opbrengst van je tweede woning bij verkoop.
Verhuur je een tweede woning? Dan hoef je op dit moment (nog) geen belasting te betalen over de daadwerkelijk gerealiseerde huurinkomsten. Je betaalt immers belasting over een fictief rendement, de daadwerkelijke opbrengst is niet relevant.
Hier zijn wel voorwaarden aan gesteld. Zodra je een tweede woning verhuurt op de korte termijn én hiernaast diensten levert, kan het dat de verhuur gezien wordt als inkomsten. Zodra je méér doet dan alleen de woning verhuren (bijvoorbeeld zelf ontbijt serveren, linnengoed wassen, of heel actief dagelijks huurders werven/begeleiden), ziet de Belastingdienst dit als een commerciële dienst of "resultaat uit overige werkzaamheden".
In dit geval moet je dan de volledige netto-opbrengst (100% van de huur minus de gemaakte kosten) opgeven in box 1.
Als je in 2026 een tweede woning verhuurt en de werkelijke huuropbrengst lager is dan het fictieve rendement van 6,00% (bijvoorbeeld vanwege leegstand voor renovatie of tussen huurders in), dan hoef je niet zomaar akkoord te gaan met de belastingaanslag. Sinds de uitspraken van de Hoge Raad over box 3 mag de Belastingdienst geen belasting meer heffen op geld dat je niet daadwerkelijk hebt verdiend.
Met de Tegenbewijsregeling bereken je de belasting niet over de fictieve 6,00%, maar over wat het pand je in 2026 echt heeft opgeleverd. Bij het indienen van de definitieve belastingaangifte over 2026 geef je het werkelijke rendement op en betaal je enkel hierover vermogensrendementsheffing.Als je de woning waar je zelf woont tijdelijk verhuurt (bijvoorbeeld via Airbnb tijdens je vakantie), dan blijft de woning in box 1 (eigen woning). In dat geval geef je 70% van de ontvangen huur op als "inkomsten uit eigen woning". Kosten die direct samenhangen met de verhuur (zoals advertentiekosten of schoonmaak voor de gasten) mag je van de huur aftrekken voordat je de 70% berekenen.
Vaste lasten (zoals de hypotheekrente of verzekeringen) zijn niet extra aftrekbaar, omdat je die al via de eigenwoningregeling verrekent.Heb je een tweede woning in het buitenland gekocht, bijvoorbeeld een tweede huis in Spanje? Dan moet je dit opgeven als vermogen in box 3.
Omdat de woning in het buitenland staat, geldt in principe een vrijstelling voor je vakantiehuis of recreatiewoning in de belastingaangifte, mits je ook in beginsel inkomstenbelasting moet betalen in het desbetreffende land.
Nederland heeft met vele landen afspraken om dubbele belasting te voorkomen.
De hypotheekrenteaftrek in Nederland is een fiscale regeling die toelaat dat de rente die je betaalt voor de hypotheek van je hoofdverblijf aftrekbaar is van je belastbaar inkomen in box 1. Dit verlaagt het inkomen waarover je belasting betaalt, waardoor je minder inkomstenbelasting verschuldigd bent.
Bij twee huizen werkt het als volgt:
Het is belangrijk te vermelden dat er specifieke regels en uitzonderingen kunnen zijn, bijvoorbeeld als de tweede woning tijdelijk als hoofdverblijf dient of als deze verhuurd wordt en je tijdelijk dubbele hypotheeklasten hebt. Voor de exacte toepassing van de regels en om te bepalen hoe dit in een specifieke situatie werkt, kan het raadzaam zijn om een belastingadviseur te raadplegen.
© 2026 Raisin SE, Berlin