Belasting tweede huis (box 3) in 2026: hoe zit dat?

Heb je een tweede huis? Bijvoorbeeld een vakantiehuis of een appartement dat je verhuurt? Dan valt deze hoogstwaarschijnlijk in box 3. De Belastingdienst gaat ervanuit dat je rendement behaalt op je tweede woning en als je totale vermogen boven de heffingsvrije grens komt, ga je vermogensrendementsheffing betalen. Maar hoeveel belasting moet je betalen over een tweede huis in 2026? Waar moet je nog meer rekening mee houden? Raisin legt uit.

Belasting tweede huis
HomeBox 3 belastingBelasting tweede huis (box 3)

Laatste update: 9 april 2026

In het kort

  • De waarde van een tweede woning (min eventuele schulden op deze woning) geef je in principe op in box 3. In box 3 worden ook je spaargeld en beleggingen belast.

  • Als je vermogen in box 3 (spaargeld, beleggingen zoals een tweede woning etc.) in 2026 na aftrek van schulden boven de € 59.357 (of € 118.714 als fiscale partners) uitkomt, ga je hierover vermogensrendementsheffing betalen.

  • Een tweede huis wordt belast op basis van de WOZ-waarde min een eventuele schuld (zoals een hypotheek op een tweede woning).

Belastingopgave voor een tweede huis

De woning waar je zelf in woont, valt onder box 1 van het Nederlandse belastingstelsel. Doorgaans valt een tweede huis als bezit in box 3. Ook een (vakantie)huis in het buitenland valt hier bijvoorbeeld onder. Om te bepalen of en hoeveel belasting je betaalt over jet weede woning, moet je de grondslag sparen en beleggen berekenen. Bij deze berekening zijn twee factoren van belang:
  • De WOZ-waarde van de tweede woning
  • Een mogelijke schuld die je bent aangegaan om de woning te bekostigen, bijvoorbeeld een verhuurhypotheek of opgenomen overwaarde
De WOZ-waarde van je tweede woning tel je op bij je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen in box 3. Als je een woning in het buitenland hebt gekocht, geef je doorgaans de 'vrije verkoopwaarde' (marktwaarde in onbewoonde staat) van de woning op. Van het totaalbedrag worden je schulden in box 3 (minus de schuldendrempel) en het vrijstellingsbedrag (heffingsvrij vermogen) afgetrokken. 
  • De peildatum voor box 3 is 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet. In 2027 doe je aangifte over fiscaal jaar 2026 en wordt er gekeken naar de waarde van je spaargeld en beleggingen op 1 januari 2026. 
  • Voor een tweede huis is de peildatum in 1 januari van het jaar vóór het jaar van de aangifte. Je geeft de WOZ-beschikking van 2026 op, waarbij gekeken wordt naar de waardepeildatum 1 januari 2025.

Hoe wordt bepaald hoeveel belasting je betaalt over een tweede woning?

In box 3 betaal je een vermogensrendementsheffing, ook wel vermogensbelasting, box 3-belasting of spaartaks genoemd.

Bij het vaststellen van deze heffing gaat de Belastingdienst uit van een fictief (forfaitair) rendement. Zolang je tweede huis in box 3 valt, maakt het dus niet uit hoeveel je woning daadwerkelijk oplevert. En ook niet of je het verhuurt en hoeveel huur je daarmee binnenhaalt.

Dit blijft zo tot minstens 2027. Vanaf 2028 wil de overheid vermogen belasten op basis van het werkelijke rendement. Dan moet je dus je verhuuropbrengsten opgeven en daar belasting over betalen. Ook de jaarlijkse waardestijging van een tweede woning wordt dan belast.

Tweede woning verhuren: hoe zit het met belasting?

Verhuur je een tweede woning? Dan hoef je op dit moment (nog) geen belasting te betalen over de daadwerkelijk gerealiseerde huurinkomsten. Je betaalt immers belasting over een fictief rendement, de daadwerkelijke opbrengst is niet relevant.

Hier zijn wel voorwaarden aan gesteld. Zodra je een tweede woning verhuurt op de korte termijn én hiernaast diensten levert, kan het dat de verhuur gezien wordt als inkomsten. Zodra je méér doet dan alleen de woning verhuren (bijvoorbeeld zelf ontbijt serveren, linnengoed wassen, of heel actief dagelijks huurders werven/begeleiden), ziet de Belastingdienst dit als een commerciële dienst of "resultaat uit overige werkzaamheden".

In dit geval moet je dan de volledige netto-opbrengst (100% van de huur minus de gemaakte kosten) opgeven in box 1.

Belasting over tijdelijke verhuur

Als je de woning waar je zelf woont tijdelijk verhuurt (bijvoorbeeld via Airbnb tijdens je vakantie), dan blijft de woning in box 1 (eigen woning). In dat geval geef je 70% van de ontvangen huur op als "inkomsten uit eigen woning". Kosten die direct samenhangen met de verhuur (zoals advertentiekosten of schoonmaak voor de gasten) mag je van de huur aftrekken voordat je de 70% berekenen.

Vaste lasten (zoals de hypotheekrente of verzekeringen) zijn niet extra aftrekbaar, omdat je die al via de eigenwoningregeling verrekent.

Tweede woning in het buitenland: hoe zit het met belasting?

Heb je een tweede woning in het buitenland gekocht, bijvoorbeeld een tweede huis in Spanje? Dan moet je dit opgeven als vermogen in box 3. 

Omdat de woning in het buitenland staat, geldt in principe een vrijstelling voor je vakantiehuis of recreatiewoning in de belastingaangifte, mits je ook in beginsel inkomstenbelasting moet betalen in het desbetreffende land. 

Nederland heeft met vele landen afspraken om dubbele belasting te voorkomen.

Tweede huis verkopen: moet je belasting betalen?

Wil je een tweede huis verkopen? In Nederland is de belasting op de winst van een tweede woning een relevant onderwerp voor huiseigenaren die overwegen hun tweede woning te verkopen. Deze winst, ook bekend als de 'kapitaalwinst', wordt tot minstens 2028 niet direct belast. Echter, zodra een woning wordt verkocht met winst, kan deze winst indirect belast worden door de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting. 

Bij de verkoop van een tweede woning is het cruciaal om de bijleenregeling in acht te nemen. Als de woning meer oplevert dan de oorspronkelijke aankoopprijs plus verbeteringskosten, wordt dit beschouwd als overwaarde. Indien je binnen drie jaar na de verkoop een andere woning koopt, dien je deze overwaarde in te zetten voor de aankoop van de nieuwe woning om maximale hypotheekrenteaftrek te behouden.

Hypotheekrenteaftrek bij twee huizen

De hypotheekrenteaftrek in Nederland is een fiscale regeling die toelaat dat de rente die je betaalt voor de hypotheek van je hoofdverblijf aftrekbaar is van je belastbaar inkomen in box 1. Dit verlaagt het inkomen waarover je belasting betaalt, waardoor je minder inkomstenbelasting verschuldigd bent.

Bij twee huizen werkt het als volgt:

  • Hoofdverblijf (Eerste woning): De hypotheekrente voor de woning die als hoofdverblijf dient, is aftrekbaar. Dit is de woning waar je woont en die als zodanig bij de gemeente is geregistreerd.
  • Tweede woning: Voor een tweede woning geldt de hypotheekrenteaftrek niet. Een tweede woning wordt gezien als een belegging of vermogensbestanddeel en valt onder box 3. In box 3 betaal je belasting over een forfaitair rendement op je vermogen, dat bestaat uit de waarde van je bezittingen minus eventuele schulden, zoals een hypotheek voor de tweede woning. De rente van een hypotheek voor een tweede woning is dus niet aftrekbaar, maar de schuld mag wel worden afgetrokken van de bezittingen in box 3, waardoor het belastbare vermogen lager uitvalt.

Het is belangrijk te vermelden dat er specifieke regels en uitzonderingen kunnen zijn, bijvoorbeeld als de tweede woning tijdelijk als hoofdverblijf dient of als deze verhuurd wordt en je tijdelijk dubbele hypotheeklasten hebt. Voor de exacte toepassing van de regels en om te bepalen hoe dit in een specifieke situatie werkt, kan het raadzaam zijn om een belastingadviseur te raadplegen.

Belasting bij huurinkomsten onroerend goed in het buitenland

  • Wereldinkomen opgave: Als Nederlands belastingplichtige dien je jouw wereldinkomen op te geven, waaronder ook de huurinkomsten uit buitenlands onroerend goed.
  • Box 3 vermogen: In de regel valt buitenlands onroerend goed in box 3, waarbij het gaat om de waarde van de woning in het economische verkeer. De schuld die is aangegaan om het buitenlands onroerend goed aan te schaffen mag hier van afgetrokken worden.
  • Vrijstelling dubbele belasting: Onder een belastingverdrag kan Nederland een vrijstelling geven voor het buitenlands onroerend goed om dubbele belasting te voorkomen. De inkomsten worden dan wel meegenomen in de berekening van het progressieve tarief (de zogenaamde 'progressievoorbehoud') in box 1, maar je betaalt hierover in Nederland geen belasting.
  • Belasting in het buitenland: Meestal heft het land waar het onroerend goed zich bevindt de belasting op de huurinkomsten. Je moet daar lokale belastingaangifte doen en de verschuldigde belasting betalen.
  • Belastingverdragen: Elk belastingverdrag dat Nederland heeft gesloten met andere landen kan andere bepalingen bevatten. Deze verdragen zijn bepalend voor welk land het recht heeft om belasting te heffen en hoe dubbele belasting wordt vermeden.

Rekenvoorbeeld: belasting op tweede woning

In dit rekenvoorbeeld gaan we uit van de volgende cijfers (voor fiscaal jaar 2026):
  • Heffingsvrije grens box 3: € 59.357
  • Fictief rendement tweede woning/beleggingen: 6,00%
  • Vermogensbelasting: 36%
  • WOZ-waarde tweede huis: € 300.000
  • Schuld op huis: geen
  • Belastbaar vermogen: € 300.000 - € 59.357 = € 240.643
  • Fictief rendement: 6,00% van € 240.643 = € 14.438
  • Vermogensbelasting: 36% van € 14.238 = € 5.198
In dit voorbeeld zou je voor je tweede huis in fiscaal jaar 2026 ongeveer € 5198 aan vermogensbelasting betalen. Let op: Dit is een vereenvoudigde berekening en er wordt niet gekeken naar eventuele schulden op de woning en ander vermogen in box 3 in de vorm van spaargeld en beleggingen. Het is altijd aan te raden om een belastingadviseur te raadplegen voor een nauwkeurige berekening en advies op maat.

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Content Manager & Copywriter

    Meer lezen
  • Expert: Eelco Habets
    Expert: Eelco Habets

    Algemeen directeur

    Meer lezen