HomeEconomieInflatie Europa in 2026

Laatste update: 21 september 2026

Inflatie in Europa in 2026 (HICP)

In Europa wordt inflatie vaak gemeten met de Harmonized Index of Consumer Prices (HICP). Dit is een maatstaf die de prijsveranderingen van een pakket aan goederen en diensten in de eurozone volgt. In dit artikel gaan we dieper in op de Europese inflatie, het verschil tussen de HICP en CPI en wat we kunnen verwachten van de inflatie in de komende jaren.

Europese vlaggen

Door:

Nicole van Roekel
Nicole van Roekel, Content Manager bij Raisin

Auteur

Jasper Berkhout
Jasper Berkhout, Financieel onderzoeker bij Raisin

Expert

In het kort:

  • HICP staat voor Harmonized Index of Consumer Prices en wordt gebruikt om de inflatie in (verschillende landen in) de eurozone te analyseren en vergelijken.

  • HICP is een internationale inflatiestatistiek, terwijl CPI op nationaal niveau gebruikt wordt.

  • Er wordt een HICP van 2% per jaar nagestreefd door de Europese Centrale Bank.

  • De ECB heeft haar inflatieverwachting naar boven bijgesteld naar 3,0% in 2026, mede door aanhoudende prijsdruk in de dienstensector en geopolitieke onzekerheden. Voor 2027 gaat de ECB uit van een inflatie van 2,5% en in 2028 een inflatie van 2,1%.

Grafiek: Inflatie in de eurozone

Grafiek HICP

Wat is de HICP?

De Harmonised Index of Consumer Prices (HICP) is de Europese standaard voor het meten van inflatie. De index brengt de prijsontwikkeling van een vast pakket aan goederen en diensten in kaart. Omdat alle EU-lidstaten exact dezelfde meetmethode gebruiken, maakt de HICP het mogelijk om de inflatie tussen landen eerlijk te vergelijken.

De HICP speelt een belangrijke rol in het economisch beleid van de Europese Unie. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers om het rentebeleid te bepalen, met als doel de inflatie in de eurozone op de middellange termijn rond de 2% te houden. Dreigt de inflatie te ver boven deze doelstelling uit te stijgen, dan kan de ECB de rente verhogen om de economie af te koelen. Bij een te lage inflatie kan het tarief juist worden verlaagd om de economie te stimuleren.

HICP vs. CPI: Wat is het verschil?

Hoewel zowel de Consumentenprijsindex (CPI) als de Harmonised Index of Consumer Prices (HICP) de prijsontwikkeling van goederen en diensten meten, dienen ze een ander doel. 

De CPI is een nationale maatstaf die is afgestemd op het specifieke consumptiepatroon van inwoners in eigen land, inclusief kosten voor bijvoorbeeld de eigen woning. De HICP is juist een Europese standaard die landspecifieke kosten buiten beschouwing laat om inflatiecijfers tussen EU-lidstaten zuiver te kunnen vergelijken. Onderstaande tabel laat goed de verschillen tussen beide indicatoren zien:

KenmerkCPIHICP

Doel

Meet de inflatie voor nationale doeleinden (bijv. inkomensaanpassingen, beleid binnen één land).

Meet inflatie op geharmoniseerde wijze tussen EU-landen om onderling een goede vergelijking te kunnen maken.

Gemeten door

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Eurostat (gebaseerd op gegevens van nationale statistiekbureaus)

Frequentie van meting

Maandelijks

Maandelijks

Dekking van huishoudens

Uitgaven van inwoners in eigen land en in het buitenland.

Uitgaven van zowel inwoners als buitenlandse bezoekers in het land zelf.

Kosten van eigen woning

Inclusief (via huurwaardeforfait of imputatie) of anderszins meegenomen in sommige landen.

Niet inbegrepen. Huurdersuitgaven wel, maar eigenwoninggebruik wordt uitgesloten.

Inflatiecijfers van Europa (2000-2025)

De inflatie in Europa van 2000 tot en met 2025 heeft verschillende fasen doorgemaakt, beïnvloed door zowel interne als externe factoren. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste inflatietrends in de eurozone tijdens deze periode.

2000-2007: Stabiele inflatie en economische groei

In de jaren 2000 tot 2007 was de inflatie in de eurozone relatief laag en stabiel. Gedurende deze periode bevond de Europese economie zich in een tijd van sterke groei, waarbij de jaarlijkse inflatie vaak onder de 2% lag. Dit was het gevolg van een aantal factoren, zoals:

 

  • Een robuuste wereldwijde economie
  • Relatief lage energieprijzen
  • Een sterke euro ten opzichte van andere valuta, die de invoer van goederen en diensten goedkopere maakte

De Europese Centrale Bank (ECB) richtte zich in deze periode op het handhaven van een lage inflatie en het bevorderen van economische stabiliteit.

2008-2009: De Grote Recessie

De wereldwijde financiële crisis van 2008 had een enorme impact op de economie van de eurozone. De inflatie daalde flink, omdat de vraag naar goederen en diensten afnam. In 2008, vlak voor de recessie, was er zelfs sprake van een stijgende inflatie vanwege hoge olie- en grondstofprijzen, maar in 2009, na de crash, daalde de inflatie tot ver onder het jaarlijkse doel van 2% van de ECB.

De Europese Centrale Bank verlaagde de rente om de economie te stimuleren, maar de recessie leidde tot deflatiezorgen, vooral in landen zoals Griekenland en Spanje.

2010-2014: Lage inflatie en schuldencrisis

Na de recessie kwam de Europese schuldencrisis, die werd gekarakteriseerd door hoge overheidschulden in landen als Griekenland, Portugal, Italië, Spanje en Ierland. Dit leidde tot een periode van stagnatie en lage inflatie.

Gedurende deze jaren was de inflatie in de eurozone vaak onder de 2%, maar de ECB hield haar rentetarieven laag om de economie te ondersteunen. De inflatie fluctueerde tussen 0% en 2%, afhankelijk van de economische omstandigheden en de stijging van de energieprijzen. De financiële markten en banken werden herstructureren om het vertrouwen te herstellen.

2015-2019: Deflatiegevaar en stimuleringsmaatregelen

Na de schuldencrisis was de inflatie in de eurozone langdurig laag, met zelfs zorgen over deflatie. De ECB reageerde met verschillende stimuleringsmaatregelen, waaronder:

  • Quantitative easing (QE): De ECB begon grote hoeveelheden staatsobligaties op te kopen om de economie te stimuleren en de inflatie aan te jagen.

  • Negatieve rentetarieven: Dit was een ongekende stap, waarbij de rente op deposito's bij de ECB negatief werd, om banken aan te moedigen meer geld uit te lenen.

Ondanks deze maatregelen bleef de inflatie in Europa tussen 0,5% en 1,5% in deze periode. Dit werd deels veroorzaakt door de lage olieprijzen en zwakke economische groei in sommige eurozone-landen.

2020-2021: COVID-19 pandemie en economische schokken

De uitbraak van de COVID-19-pandemie in 2020 veroorzaakte een dramatische verstoring van de wereldeconomie. De lockdowns en beperkingen die in veel Europese landen werden opgelegd zorgden voor een dalende vraag naar goederen en diensten, wat weer leidde tot een tijdelijke daling van de inflatie. In 2020 was de inflatie in de eurozone zelfs negatief (deflatie) in sommige maanden.

Echter, vanaf de tweede helft van 2020 begon de inflatie weer te stijgen door een aantal factoren:

  • Stijgende energieprijzen: Na de pandemie herstelde de vraag naar energie, wat leidde tot een sterke stijging van de energieprijzen.

  • Leveringsketenproblemen: De wereldwijde toeleveringsketens werden verstoord, wat de kosten van veel producten verhoogde.

De inflatie in de eurozone begon in 2021 snel te stijgen, en dit zou zich doorzetten in 2022.

2022-2023: Inflatiepieken door energieprijzen en de oorlog in Oekraïne

In 2022 steeg de inflatie in de eurozone sterk door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de stijgende energie- en voedselprijzen. De prijsstijgingen in de energieprijzen, vooral de aardgasprijzen, waren het resultaat van de geopolitieke spanningen en de verminderde energievoorziening vanuit Rusland naar Europa.

De inflatie bereikte recordhoogtes van meer dan 8% in de eurozone, met landen als Estland, Litouwen en Letland die de hoogste inflatiepercentages rapporteerden.

De ECB was genoodzaakt om haar beleid aan te passen, en begin 2023 verhoogde de centrale bank de rente om de inflatie te bestrijden. Ondanks deze renteverhogingen bleef de inflatie in Europa hoog in 2023, maar er was een afname te zien in de tweede helft van dat jaar.

2024 en 2025: Economisch herstel, inflatie neemt af

In 2024 nam de inflatie in de gehele eurozone flink af en kwam deze steeds dichterbij het doel van 2% per jaar. Er werden in 2024 dan ook vier renteverlagingen doorgevoerd door de ECB. De energieprijzen stabiliseren zich en de economie toont tekenen van herstel. 

Ook in 2025 voerde de ECB al meerdere renteverlagingen door, maar in het laatste kwartaal bleef de rente ongewijzigd tijdens de laatste vergaderingen. De inflatie schommelde rond het streefdoel (gemiddelde van 2,1% in 2025) en verdere verlagingen waren niet nodig.

Verwachte inflatie in Europa in 2026, 2027 en daarna

De Europese Centrale Bank gaat nu uit van een inflatie van 3,0% in 2026, terwijl eerder werd gerekend op een daling tot onder de 2%. Deze stijging wordt vooral gedreven door aanhoudende geopolitieke spanningen en de oorlog in het Midden-Oosten, die zorgen voor flinke pieken in de olie- en gasprijzen.

Pas in de loop van 2027 verwacht de ECB dat de inflatie weer stabiliseert rond de doelstelling van 2,0%. Voor 2027 gaat de ECB nu uit van een gemiddelde inflatie van 2,5% en voor 2028 van een inflatie van 2,1%.

Spaar bij Raisin: rentes tot 3,85% p.j.

Spaar tegen de hoogste Europese rentes via Raisin. Krijg direct toegang tot 60+ partnerbanken zonder extra kosten. Een Raisin-account én het openen van spaarrekeningen of deposito's is altijd gratis.

Je spaargeld is bij elke bank beschermd tot € 100.000 per rekeninghouder onder het nationale depositogarantiestelsel van het land waar de bank gevestigd is, net als in Nederland.

Vergelijk spaarrentes

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Nicole is content manager & copywriter bij Raisin.

    Meer lezen
  • Jasper Berkhout
    Expert: Jasper Berkhout

    Jasper is financieel onderzoeker bij Raisin.

    Meer lezen