De inflatie in de eurozone is in april 2026 uitgekomen op 3,0%, zo bevestigen de definitieve cijfers van Eurostat. Dit is het hoogste niveau sinds september 2023 en ligt fors boven de doelstelling van 2,0% die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert. Vooral de onrust in het Midden-Oosten en de daaruit voortvloeiende beperkingen in de energieaanvoer drijven de prijzen op.

De inflatie in de eurozone steeg in april naar , waarbij vooral de energieprijzen met een stijging van voor een flinke opwaartse druk zorgden.
Binnen Europa is er sprake van een grote inflatiekloof, waarbij Zuidoost-Europa kampt met uitschieters zoals Roemenië op , terwijl landen als Zwitserland en Denemarken al onder de duiken.
De kerninflatie daalde licht naar , wat de ECB voor een lastig dilemma stelt bij het bepalen van het toekomstige rentebeleid.
De voornaamste aanjager van de huidige inflatiegolf in de eurozone, is de energiesector. De prijzen voor energie schoten met 10,8% omhoog; de sterkste stijging in ruim drie jaar.
Ook onbewerkte voedingsmiddelen werden duurder met een stijging van 4,6%. Daarentegen zagen we een lichte afkoeling in de dienstensector, waar de prijsgroei vertraagde van 3,3% naar 3,0%.
Interessant is de ontwikkeling van de kerninflatie. Hierbij wordt gekeken naar de inflatiecijfers zonder de volatiele categorieën energie, voeding, alcohol en tabak mee te rekenen.
De kerninflatie daalde in april naar 2,2% (ten opzichte van 2,3% in april). Dit suggereert dat de onderliggende prijsdruk in de brede economie iets afneemt.
Bron: Eurostat
De onderlinge verschillen blijven groot. In Duitsland steeg de inflatie naar 2,9%, terwijl Italië een flinke sprong maakte naar 2,8%. Spanje voert de lijst van grote economieën aan met 3,5%.
Nederland vormt hierop een gunstige uitzondering; de inflatie daalde daar licht van 2,6% naar 2,5%. Frankrijk profiteert ondertussen van zijn sterke inzet op kernenergie, waardoor de inflatie met 2,5% relatief beheersbaar blijft vergeleken met landen die sterker afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen.
Buiten de directe eurozone zien we in Zuidoost-Europa cijfers die herinneren aan de eerdere inflatiecrisis.
Roemenië voert de lijst aan met een inflatie van maar liefst 9,0%. Ook in Bulgarije (6,2%) en Kroatië (5,4%) blijven de kosten voor levensonderhoud en huisvesting in rap tempo stijgen.
Roemenië | 9,0% |
Bulgarije | 6,2% |
Kroatië | 5,4% |
België | 4,3% |
Spanje | 3,5% |
Duitsland | 2,9% |
Nederland | 2,5% |
De huidige verdeeldheid en de relatief stabiele kerninflatie stelt de Europese Centrale Bank voor een complex probleem. Terwijl landen in het zuidoosten kampen met hoge inflatie, duikt de inflatie in landen als Zwitserland, Denemarken en Tsjechië onder de grens van 2,0%.
Wanneer de inflatie structureel boven de doelstelling van 2% blijft, is de kans groot dat de centrale bank de rente verhoogt.
Dit kan gunstige gevolgen hebben voor jou als spaarder. Als de depositorente stijgt, concurreren banken om jouw spaargeld, wat resulteert in aantrekkelijke rentes op de spaarmarkt.
Voor de Europese spaarder is een gemiddelde inflatie van 3,0% een signaal om alert te blijven. Als je spaargeld op een rekening laat staan tegen een minimale rentevergoeding, verdampt je koopkracht. Om de inflatie voor te blijven, is het essentieel om te kijken naar alternatieven die een hoger rendement bieden.
Bij Raisin kun je profiteren van een gezonde concurrentie Europese spaarmarkt, waar banken uit landen met een hogere financieringsbehoefte vaak scherpere rentes bieden dan de Nederlandse grootbanken.
Momenteel ontvang je via Raisin rentes tot 3,42% per jaar. Of je nu kiest voor de zekerheid van een deposito of de flexibiliteit van een spaarrekening, het loont om je grenzen te verleggen.
Na het openen van je account kun je onbeperkt (gratis) spaarrekeningen en spaardeposito's openen om te profiteren van de hoge spaarrentes in Europa.
© 2026 Raisin SE, Berlin