
Door:
Auteur
Auteur
De keuze van de Federal Reserve om de rente niet direct aan te passen, wordt ondersteund door de huidige macro-economische cijfers. De Amerikaanse inflatie over de maand mei steeg weliswaar fors naar 4,2%, maar de kerninflatie (waarin sterk wisselende prijzen voor voedsel en energie buiten beschouwing worden gelaten) was met 2,9% aanzienlijk lager.
Daarnaast toont de Amerikaanse arbeidsmarkt een gezonde balans; de werkloosheid kwam in mei uit op 4,3%. Dit percentage wijst erop dat de Amerikaanse economie weliswaar stabiel is, maar op dit moment niet zo hard oververhit raakt dat een directe ingreep met een hogere rente noodzakelijk was. De centrale bank kiest er dan ook voor om de effecten van eerdere verhogingen eerst rustig af te wachten.
Hoewel het besluit zelf geen verrassing was, keken beleggers en economen met grote belangstelling uit naar het debuut van de kersverse Fed-voorzitter Kevin Warsh. Zijn toon tijdens de persconferentie werd door analisten direct als 'havikachtig' (streng en gericht op het bestrijden van inflatie) bestempeld. Warsh benadrukte dat financiële markten hun verwachtingen scherp moeten baseren op harde economische data, in plaats van te gokken op versoepelingen.
Dit strenge signaal werd kracht bijgezet door de dot plot, de grafiek waarin de Fed-beleidsmakers hun individuele renteverwachtingen delen. Hieruit bleek dat de helft van de beleidsmakers (9 van de 18) verwacht dat er dit jaar juist nog een renteverhoging passend zal zijn om de hardnekkige inflatie definitief te bezweren. Door deze angst voor een mogelijke renteverhoging later dit jaar reageerden de markten gisteravond nerveus: Wall Street zakte in het rood, terwijl de Amerikaanse dollar en de rentes op staatsobligaties juist een lift kregen.
Het afwachtende beleid in de Verenigde Staten staat in schril contrast met de stappen die aan deze kant van de oceaan worden gezet. De Europese Centrale Bank (ECB) besloot namelijk onlangs om de rente wel aan te passen en verhoogde de depositorente van 2,00% naar 2,25%.
Dit verschil in aanpak is goed te verklaren door de verschillende economische fasen waarin beide regio's zich bevinden. De Amerikaanse centrale bank heeft in het verleden al een aanzienlijk hogere rente opgebouwd (3,50% - 3,75%), waardoor zij nu de luxe heeft om een pauze in te lassen en de kat uit de boom te kijken. De ECB heeft daarentegen te maken met een andere dynamiek rondom de Europese inflatiedruk, waardoor de Europese beleidsmakers zich genoodzaakt zien om de rente stapsgewijs verder te verhogen om de inflatie naar de doelstelling van 2% te brengen.
De uiteenlopende besluiten van centrale banken wereldwijd bepalen in grote mate de rentetarieven die je op jouw spaargeld ontvangt. Een stabiele rente in de VS en een stijgende rente in Europa zorgen voor een relatief aantrekkelijk klimaat voor Europese spaarders.
Bij Raisin krijg je eenvoudig toegang tot spaarproducten van meer dan 50 banken uit Europa. Hierdoor kun je direct profiteren van de hogere spaarrentes in andere Europese landen.
Na het openen van je account kun je onbeperkt spaarrekeningen en spaardeposito's openen en profiteren van hoge spaarrentes.
© 2026 Raisin SE, Berlin