
Als je een lijfrenteverzekering , heet dat afkopen
Je kunt een lijfrente naar een ander pensioenproduct, of
Als je een lijfrente uitkeert, krijg je te maken met (bovenop de belasting in box 1)
Overweeg goed of afkopen de moeite waard is, de
Het ‘afkopen’ van een lijfrente roept verwarring op bij veel mensen. Je hoeft zelf namelijk niet direct extra geld te betalen bij het afkopen van je lijfrente. Afkopen is bij lijfrenteverzekeringen een synoniem voor ‘stopzetten’ en het bedrag in één keer laten uitkeren.
Jouw bijdrage aan het afkopen wordt afgetrokken van het opgebouwde kapitaal in je lijfrenteverzekering. Het overgebleven bedrag is de ‘afkoopwaarde’. Over deze bruto afkoopwaarde moet je vervolgens belasting betalen en een mogelijke boete, de ‘revisierente’.
Wil je jouw lijfrente stopzetten? Dan heb je twee opties. Je kunt ervoor kiezen om het bedrag over te laten zetten naar een nieuw pensioenproduct of het bedrag in één keer uit laten keren.
Als je je lijfrente wilt afkopen, kun je ervoor kiezen om deze om te zetten naar banksparen of naar een andere lijfrenteaanbieder via een zogenoemde waardeoverdracht.
In dat geval laat je de opgebouwde waarde rechtstreeks overboeken naar een lijfrentespaarrekening, lijfrentebeleggingsrekening of een nieuwe lijfrenteverzekering, zonder dat het geld eerst op je eigen rekening komt. Omdat het kapitaal binnen het fiscale lijfrentekader blijft, betaal je geen inkomstenbelasting en geen revisierente op het moment van overdracht.
Deze optie wordt vaak gebruikt wanneer iemand lagere kosten, meer transparantie of meer flexibiliteit wil dan bij een bestaande (vaak oudere) verzekeringspolis het geval is. Het opgebouwde vermogen blijft daarbij bedoeld voor een toekomstige periodieke uitkering en behoudt het fiscale voordeel.
Een andere mogelijkheid is om je lijfrente in één keer te laten uitkeren.
In dat geval ontvang je het volledige opgebouwde bedrag direct op je rekening, maar dit heeft fiscale gevolgen.
De uitkering wordt aangemerkt als inkomen in box 1 en je betaalt hierover inkomstenbelasting tegen het tarief dat in dat jaar voor jou geldt. Daarnaast ben je in de meeste gevallen revisierente verschuldigd, die kan oplopen tot maximaal 20% van de waarde van de lijfrente, omdat je het product niet gebruikt waarvoor het fiscaal bedoeld is: een periodieke uitkering voor later. Hierdoor kan een aanzienlijk deel van het kapitaal naar de Belastingdienst gaan.
Op de bovenstaande situatie zijn uitzonderingen van toepassing. In 2026 betaal je over lijfrenten tot € 5513 geen revisierente. Stel: je hebt een kleine lijfrente opgebouwd van € 5000. Je wil deze in 2025 in één keer laten uitkeren. Omdat het bedrag onder de grens van € 5513 blijft, hoef je géén revisierente (de fiscale boete van 20%) te betalen. Je betaalt wel gewoon inkomstenbelasting over het bedrag, maar die revisierente blijft je bespaard.
Daarnaast zijn premies die je ingelegd hebt in een oud-regime-lijfrente vrijgesteld. Dit zijn doorgaans lijfrenten die ondertussen al meer dan 30 jaar oud zijn (peildatum vóór 16 oktober 1990). Ook in geval van arbeidsongeschiktheid kan het zo zijn dat je vrijgesteld wordt.
Zodra je een lijfrente afkoopt, heb je het bedrag direct tot je beschikking. Wel krijg je vaak te maken met een hoge belastingdruk over de premies die je van de belasting afgetrokken hebt.
Je kunt een lijfrente alleen belastingvrij omzetten als het bedrag door je verzekeraar direct overgemaakt worden naar de nieuwe verzekeraar of de bankrekening van je bankspaarrekening. In dit geval betaal je geen revisierente (boete) of box 1-belasting bij de Belastingdienst. De overige voorwaarden blijven hetzelfde.
Je inleg is dan niet fiscaal aftrekbaar, maar je kunt er op elk gewenst moment bij en profiteert van de hoogste spaarrentes in Europa tot wel 3,25% per jaar.
© 2026 Raisin SE, Berlin