HomePensioenEerder stoppen met werken

Laatste update: 17 augustus 2026

Eerder stoppen met werken? Dit zijn je opties

Hoe kun je eerder stoppen met werken en hoeveel geld heb je nodig om de jaren tot je AOW te overbruggen? Wat zijn de gevolgen voor je pensioen, wat kost het als je 2 of 10 jaar eerder stopt en hoe zit het met de fiscale regels? Raisin zet al je opties en de financiële gevolgen overzichtelijk op een rij.
Eerder stoppen met werken

Door:

Nicole van Roekel
Nicole van Roekel, Content Manager & Copywriter bij Raisin bij Raisin

Auteur

Loes Janssen
Loes Janssen, Business Analist bij Raisin

Auteur

In het kort

  • Als je vóór de AOW-leeftijd stopt met werken, kun je vaak zelf kiezen of je je pensioen in laat gaan of (nog) niet.

  • Eerder stoppen met werken heeft onder andere gevolgen voor je pensioenopbouw, belastingsituatie en toeslagen.

  • Je dient bij het financiële plaatje ook rekening te houden met de inflatie.

Eerder stoppen met werken: welke mogelijkheden heb je?

Om eerder te stoppen met werken, heb je natuurlijk voldoende financiële middelen nodig om dit te kunnen realiseren. En daar zijn verschillende mogelijkheden voor:

  • Eigen geld gebruiken: Heb je spaargeld of beleggingen opgebouwd? Dan kun je dit inzetten om de periode tot je pensioen te overbruggen.
  • Leven van rendement en/of spaarrente: Bij rentenieren leef je van de inkomsten die jouw vermogen oplevert, zonder dat je het opgebouwde kapitaal zelf hoeft aan te spreken. Dit kan de rente op spaargeld zijn, maar ook dividend uit aandelen, de waardestijging van beleggingen of huurinkomsten uit vastgoed.
    Als dit rendement hoog genoeg is om al je maandelijkse lasten te dekken, kun je in principe onbeperkt stoppen met werken.
  • Vervroegd pensioen uitkeren: Je kunt er in veel gevallen ook voor kiezen om je pensioenuitkering eerder in te laten gaan. Omdat je totaal opgebouwde pensioen dan over meer maanden gespreid wordt, moet je er wel rekening mee houden dat je maandelijks een lager bedrag ontvangt. 
  • Uitgaven verlagen: Door kritisch te kijken naar je vaste lasten en uitgaven, kun je met minder geld rondkomen. Denk aan kleiner wonen of besparen op abonnementen.
  • Overwaarde huis gebruiken: Heb je een koopwoning met overwaarde? Dan kun je ervoor kiezen om de overwaarde op te nemen met een nieuw hypotheekdeel. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden en je maximale leencapaciteit neemt af vanaf je 57e levensjaar.
  • Deeltijd werken: Je kunt er ook voor kiezen om eerst eens één dag minder te gaan werken in plaats van helemaal te stoppen. Zo heb je meer vrije tijd, maar behoud je wel een deel van je inkomen.
  • Aanvullende uitkering aanvragen: In sommige gevallen kun je een uitkering aanvragen, bijvoorbeeld een overbruggingsuitkering als je net te jong bent voor je AOW.

Welke optie het beste bij je past (of welke combinatie van mogelijkheden), hangt af van jouw persoonlijke situatie en wensen. Het is verstandig om je goed te laten adviseren voordat je een keuze maakt.

Eerder stoppen met werken: hoeveel geld heb ik nodig?

Maar hoeveel (spaar)geld heb je nodig om eerder te stoppen met werken? Met onderstaand stappenplan kun je berekenen hoeveel geld je nodig hebt om eerder te stoppen met werken en kun je de rekenvoorbeelden invullen met eigen bedragen.

Stap 1: Breng je inkomsten en uitgaven in kaart

In de eerste stap reken je al je maandelijkse uitgaven bij elkaar op. Als je een veilig doelbedrag wil berekenen, kun je ervoor kiezen om er een percentage bij op te tellen, bijvoorbeeld 5% of 10%. Bovendien moet je ook rekening houden met inflatie.

Neem in ieder geval de volgende uitgaven mee in je berekening:

  • Huur of hypotheek (zonder aftrek en toeslagen)
  • Boodschappen
  • Verzekeringen (ook ziektekostenverzekering)
  • Verschillende potjes (reizen, uit eten gaan etc.)

Belangrijk: denk aan inflatie

Door inflatie wordt je geld gemiddeld ieder jaar minder waard. Gemiddeld kun je rekening houden met een inflatie van 2% per jaar; het streefniveau van de centrale banken. 2% per jaar lijkt misschien niet veel, maar over een langere periode tot je pensioen, kan dit een groot verschil maken. Houd dus altijd rekening met de inflatie. De uitwerking van inflatie leggen we in detail uit op onze pagina over hoeveel pensioen je nodig hebt.

Stap 2: Bereken hoeveel inkomsten je blijft houden

Ook als je stopt met werken, blijf je misschien bepaalde inkomsten houden. Laat je je pensioen vervroegd ingaan? Dan tel je hier ook je netto pensioeninkomsten bij op.

Houd bijvoorbeeld rekening met de volgende inkomsten:

  • Inkomsten uit beleggingen en spaargeld (rendement en rente), waar je gebruik van kunt maken in de periode tot je de AOW-leeftijd bereikt (dus geen waardevermeerdering op je lijfrente)
  • Pensioenuitkeringen (netto)
  • Netto-inkomsten uit verhuur van je woning (bijvoorbeeld tijdens een reis, van een tweede woning, enz.)
  • Toeslagen waar je recht op hebt (netto)

Stap 3: De belastingen berekenen

Vervolgens gebruik je de bovenstaande bedragen om een proefberekening van de belastingen te maken. Hierbij loop je de belastingdruk in alle boxen na.

Vul al je inkomsten en uitgaven in, en bekijk hoeveel je per maand gaat betalen of ontvangen.

  • Box 1: Hieronder vallen je inkomsten uit werk (loondienst of eigen bedrijf) en je pensioen. Hier trek je de eventuele hypotheekrente van je eigen huis weer van af.
  • Box 2: Heb je een aanmerkelijk belang in een vennootschap of genotsrechten? Neem deze mee in je berekening. De meeste Nederlanders hebben niets met box 2 te maken.
  • Box 3: Reken je vermogen en je schulden samen. Loop goed na welke bezittingen wel en niet in box 3 vallen. Lees in onze artikelen over schulden in box 3 en vermogen in box 3 meer hierover.

2 jaar eerder stoppen met werken

Om twee jaar te overbruggen heb je een overzichtelijke buffer nodig, maar je moet wel rekening houden met specifieke kosten en fiscale regels.

  • Wat kost het? Als je € 2.500 netto per maand nodig hebt, kost 2 jaar eerder stoppen precies € 60.000 (24 x € 2.500).

  • Hoeveel geld moet je opzijzetten? Inclusief een inflatie- en calamiteitenbuffer van 10% dien je circa € 66.000 aan vrij beschikbaar spaar- of beleggingsvermogen klaar te hebben staan.

  • Fiscale gevolgen:

    • Box 1 (Geen AOW-tarief): Laat je je werkgeverspensioen of lijfrente al op 65-jarige leeftijd uitkeren? Houd er rekening mee dat je in de schijf vóór de AOW-leeftijd een hoger belastingtarief betaalt (in 2026 is dat 36,97%) dan ná je AOW-leeftijd (in 2026 is dat 19,07% over de eerste schijf). Dit betekent dat je netto minder overhoudt van hetzelfde brutobedrag.

    • Box 3 (Vermogensbelasting): Spaargeld dat gereserveerd staat op een reguliere spaarrekening of deposito valt in box 3 boven de vrijstelling. Zodra je het geld 'opeet' voor levensonderhoud, kan je box 3-belasting wel afnemen.

    • Hypotheekrenteaftrek: Stopt je inkomen in box 1 volledig (omdat je alleen op spaargeld teert)? Dan kun je de hypotheekrente niet meer aftrekken.

10 jaar eerder stoppen met werken

Wanneer je 10 jaar eerder wilt stoppen (bijvoorbeeld op je 57e of 58e), moet je een aanzienlijke periode financieel overbruggen, totdat je AOW-leeftijd ingaat. Dit vraagt logischerwijs om een aanzienlijk groter kapitaal en een doordachte fiscale strategie.

  • Wat kost het? Bij een gewenst maandelijks netto-inkomen van € 2.500 kost 10 jaar eerder stoppen direct € 300.000 (120 x € 2500). 

  • Hoeveel geld moet je opzijzetten? Omdat 10 jaar een lange periode is, speelt inflatie een grote rol. Bij 2% inflatie per jaar heb je al snel een totaal kapitaal van € 340.000 tot € 380.000 nodig.

  • Fiscale gevolgen:

    • Geen pensioenopbouw gedurende 10 jaar: Je mist 10 jaar aan opbouw via je werkgever. Daardoor valt de uiteindelijke uitkering ná je AOW-leeftijd ook nog eens permanent lager uit.

    • Hoge druk in Box 3: Een vermogen van meer dan € 300.000 brengt in box 3 een forse jaarlijkse vermogensrendementsheffing met zich mee zolang de buffer nog hoog is.

    • Revisierente: Ga je eigen lijfrenten afkopen om deze periode te financieren? Pas op: bij afkoop betaal je niet alleen inkomstenbelasting in box 1, maar ook een boete van 20% revisierente.

Vergelijking: 2 jaar of 10 jaar eerder stoppen

In de onderstaande tabel zie je direct het verschil in impact tussen een korte overbrugging en langdurig vervroegd pensioen (uitgaande van benodigde inkomsten van € 2.500 netto per maand):

2 jaar eerder stoppen met werken10 jaar eerder stoppen met werken

Benodigd kapitaal (zonder inflatie)

€ 60.000

€ 300.000

Benodigd kapitaal (met inflatie)

+/- € 66.000

+/- € 340.000 tot € 380.000

Impact op AOW en pensioenopbouw

Redelijk beperkt (maximaal 2 jaar geen pensioenopbouw)

Groot (10 jaar geen pensioenopbouw, waardoor je maandelijkse pensioenuitkering straks aanzienlijk lager is)

Haalbaarheid

Redelijk haalbaar voor veel werkenden met een gezonde spaarbuffer/belegd vermogen of overwaarde

Vraagt om langdurige vermogensopbouw en een zeer hoge buffer

Rekenvoorbeeld: eerder stoppen met werken

Jan is 65 jaar en wil eerder stoppen met werken (twee jaar voor zijn AOW-leeftijd) Jan heeft een koophuis met een flinke overwaarde en € 30.000 spaargeld. Hij vraagt zich af of hij de komende twee jaar financieel kan overbruggen en nu al kan stoppen met werken.

Rekenvoorbeeld:

  • Jan verwacht (inclusief inflatie) € 2000 netto per maand nodig om rond te komen.
  • In twee jaar tijd (24 maanden) heeft hij dus 24 x € 2000 = € 48.000.
  • Zijn spaargeld (€ 30.000) dekt een deel van het bedrag, maar hij komt nog € 18.000 tekort.
  • Jan besluit om een deel van de overwaarde van zijn huis op te nemen. Hij leent € 22.000, zodat hij genoeg heeft voor de komende twee jaar, ook de extra hypotheeklasten kan dragen én een buffer achter de hand houdt.
  • Na twee jaar ontvangt Jan zijn pensioen en AOW. De hypotheekrente betaalt hij vanaf dat moment uit zijn pensioeninkomen.

3 scenario's om eerder te stoppen

Er zijn in principe drie scenario’s als je stopt met werken voordat je de AOW-leeftijd bereikt (en geen uitkering aanvraagt). Deze twee scenario’s hebben invloed op de uitwerkingen van je plannen.

  • 1. Stoppen met werken, maar niet vroegtijdig pensioen in laten gaan: Je stopt met werken, maar vraagt nog geen pensioen aan. Niet uit een lijfrente, geen AOW en ook geen pensioen uit loondienst. Vanaf je laatste loonstrookje moet je volledig zelf in je onderhoud voorzien.
  • 2. Stoppen met werken, vervroegd pensioen opnemen: Je stopt met werken en wil alvast een pensioen uit laten keren. Dit staat gelijk aan ‘met pensioen gaan’. Of dit mogelijk is en wat de voorwaarden zijn, lees je na in onze handleiding met tips om eerder met pensioen te gaan.
  • 3. Stoppen met werken met RVU-regeling: Met de RVU-regeling (Regeling Vervroegde Uittreding) kun je je maximaal drie jaar vóór je AOW-leeftijd stoppen met werken, zonder dat je werkgever een hoge belasting (de zogeheten ‘boete’) betaalt over jouw uitkering tot een bepaald maximum. De regeling is bedoeld voor mensen met zwaar werk.

 

Gevolg eerder stoppen met werken (box 1 en box 3)

Eerder stoppen met werken heeft directe en vaak grote gevolgen voor de belasting die je betaalt in box 1 (inkomen uit werk en woning) en box 3 (sparen en beleggen).

Gevolgen voor box 1

  • Lager inkomen = minder belasting: Zodra je stopt met werken, valt je salaris weg. Omdat je inkomen daalt, val je mogelijk in een lagere belastingschijf, waardoor je een lager percentage belasting betaalt over het inkomen dat je wél nog ontvangt (zoals een vervroegde pensioenuitkering).
  • Verlies van heffingskortingen: Je hebt geen recht meer op de arbeidskorting, omdat je niet meer werkt. Ook de algemene heffingskorting kan lager uitvallen als je inkomen verandert. Dit betekent dat je relatief minder belastingkorting krijgt.
  • Minder of geen pensioenafdracht: Stop je volledig met werken, dan bouw je geen nieuw pijler-2 pensioen meer op via een werkgever. Dit heeft geen directe impact op je huidige belasting, maar wel op je toekomstige belastbare inkomen na je AOW-leeftijd.
  • Aftrekposten veranderen: Hypotheekrenteaftrek blijft bestaan zolang je een eigen woning hebt, maar het belastingvoordeel hiervan wordt kleiner als je in een lagere inkomstenschijf terechtkomt. Als je helemaal geen inkomsten meer genereert in box 1, kun je de hypotheekrente bovendien helemaal niet meer aftrekken.

 

Gevolgen voor box 3 

  • Vermogen gaat omlaag, maar vermogensrendementsheffing mogelijk ook: Als je kiest voor de optie om je eigen spaargeld of beleggingen op te eten tot je AOW-leeftijd, neemt je vermogen in box 3 elk jaar af. Hierdoor betaal je over de jaren heen geleidelijk minder spaartaks (vermogensrendementsheffing).
  • Fictief rendement en vrijstelling: Je betaalt in box 3 alleen belasting over vermogen dat boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. Als je een groot vermogen hebt opgebouwd om eerder te kunnen stoppen, blijft de fiscale druk in box 3 in eerste instantie hoog zolang je vermogen ruim boven de vrijstellingsgrens ligt.
  • Verschil in belasting tussen sparen en beleggen: Beleggingen worden door de Belastingdienst belast tegen een hoger forfaitair (fictief) rendement dan spaargeld. Haal je geld uit beleggingen om te leven of zet je dit om naar een spaarrekening om risico te verminderen, dan daalt je belastingdruk in box 3.

Spaar en beleg bij Raisin

Profiteer van hogere spaarrentes en beleggingsmogelijkheden bij Raisin. Spaar veilig en volledig gratis bij meer dan 60 Europese partnerbanken of beleg in een van de vijf overzichtelijke, kant-en-klare portefeuilles met ETF’s en indexfondsen, allemaal vanuit één centraal account.
Start met sparen en beleggen

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Nicole is Content Manager & Copywriter bij Raisin.

    Meer lezen
  • Expert: Loes Janssen
    Expert: Loes Janssen

    Loes is Business Analist bij Raisin.

    Meer lezen