De samenleving vergrijst en we worden steeds ouder. Om dit op te kunnen vangen, heeft het kabinet een aantal jaren geleden besloten om de AOW-leeftijd te verhogen, voor het eerst na meer dan een halve eeuw. Maar hoe hoog is de AOW-leeftijd in 2026? En wat is de gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan? Raisin legt uit.

Een aantal jaar terug werd de AOW-leeftijd voor het eerst in meer dan een halve eeuw
De AOW-leeftijd is in 2026 . Tot en met 2027 blijft dit zo.
De (de gemiddelde leeftijd waarop men met pensioen gaat) was in 66 jaar en 1 maand.
In 2028 stijgt de AOW-leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden. Dit blijft ook zo van 2029 t/m 2031.
In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar. Dit blijft zo tot en met 2027. In 2028, 2029, 2030 en 2031 is de AOW-leeftijd vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden.
2025 | 67 jaar |
2026 | 67 jaar |
2027 | 67 jaar |
2028 | 67 jaar en 3 maanden |
2029 | 67 jaar en 3 maanden |
2030 | 67 jaar en 3 maanden |
2031 | 67 jaar en 3 maanden |
Na 2031 | Nog niet bekend |
De AOW-leeftijd is niet hetzelfde als de pensioenleeftijd. Het verschil tussen de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd is eenvoudig:
Het is bovendien mogelijk om vóór de AOW-leeftijd met pensioen te gaan, maar dit heeft gevolgen. Niet alleen voor de AOW-uitkering, maar bijvoorbeeld ook voor de belasting in box 1.
Bekijk hier hoe belastingen in 2026 mogelijk veranderen als je de AOW-leeftijd bereikt.
Zoals we in de inleiding al schreven, kun je met pensioen gaan wanneer jij dat wilt. Ook kun je alvast stoppen met werken zonder een pensioen te ontvangen. Toch is de AOW-leeftijd om verschillende redenen een belangrijk ijkpunt. Hieronder hebben we de gevolgen van met pensioen gaan voordat je de AOW-leeftijd bereikt op een rijtje gezet:
Om ervoor te zorgen dat de AOW een geschikt instrument blijft voor het meefinancieren van de Nederlandse pensioenen, blijft de AOW-leeftijd waarschijnlijk ook gestaag stijgen.
Voor ieder jaar dat we langer leven, gaat de AOW-leeftijd acht maanden omhoog. Dit is het resultaat van een compromis, na jaren van polderen. De verwachte situatie tot 2060 is inmiddels bekend. Hieronder hebben we de volgende stapsgewijze verhogingen voor je samengevat. Zo kun je zelf opzoeken met welke AOW-leeftijd je ongeveer kunt rekenen.
67 jaar | 1 maart 1957 | 1 januari 1961 |
67 jaar en drie maanden | 31 december 1960 | 1 oktober 1963 |
67 jaar en zes maanden | 30 september 1963 | 1 juli 1966 |
67 jaar en negen maanden | 30 juni 1966 | 1 april 1970 |
68 jaar | 31 maart 1970 | 1 januari 1973 |
68 jaar en drie maanden | 31 december 1972 | 1 oktober 1975 |
68 jaar en zes maanden | 30 september 1975 | 1 juli 1979 |
68 jaar en negen maanden | 30 juni 1979 | 1 april 1982 |
69 jaar | 31 maart 1982 | 1 januari 1986 |
69 jaar en drie maanden | 31 december 1985 | 1 oktober 1989 |
69 jaar en zes maanden | 30 september 1989 | *onbekend |
Het CBS doet slechts voorspellingen tot 2060. Daarom is de verdere ontwikkeling na 2060 nog onbekend.
Tel de leeftijd links op bij je geboortedatum, en je weet wanneer je kunt verwachten dat de AOW-leeftijd ingaat. Ben je bijvoorbeeld geboren op 3 mei 1987? Dan is de verwachting dat je AOW ingaat op 3 augustus 2056 (+ 69 jaar en 3 maanden).
Iedereen die in Nederland woont én werkt, bouwt AOW op. Werk je in Nederland, maar woon je in het buitenland, dan bouw je doorgaans geen AOW op. Woon je in Nederland, maar werk je in het buitenland? Dan hangt het van je persoonlijke situatie af, of je AOW blijft opbouwen. In dit artikel van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) lees je hier meer over.
Verlies je direct al je AOW als je in het buitenland gaat wonen? Nee, je bent immers verzekeringsplichtig geweest. Je bouwt gedurende ieder jaar waarin je verzekeringsplichtig bent, 2% van je AOW op. Deze periode loopt tot 50 jaar voordat je de AOW-leeftijd bereikt. Als je op je 69e met AOW gaat, bouw je vanaf je 19e dus AOW op. Ieder jaar 2%. Dus ook buitenlanders die pas later in Nederland komen te wonen bouwen een deel AOW op.
Je hoeft daarnaast niet te werken om AOW op te bouwen. Het enige wat soms niet toegestaan is, is werken in het buitenland. Werklozen, zzp’ers en alle anderen die in Nederland wonen en niet werken in het buitenland, bouwen allemaal AOW op. Onafhankelijk van nationaliteit.
Toen de AOW in het leven geroepen werd in 1956, werd de AOW-leeftijd vastgelegd op 65 jaar. Daarom staat deze leeftijd in het collectieve geheugen van Nederlanders gegrift als synoniem voor de pensioenleeftijd.
Vanwege de snellere vergrijzing, en vooral de hogere levensverwachting, moest het systeem herzien worden. Zo zorgen we ervoor dat er genoeg arbeidskracht in de samenleving behouden blijft. Ook zouden de AOW-uitgaven anders een te groot gat slaan in de overheidsbegroting.
Zodra je 65 werd, had je gemiddeld nog ongeveer 14,5 jaar te leven in 1956. In 1980 was dit al opgelopen tot 16,3 jaar. In 2012, toen de AOW-leeftijd herzien werd, was dit al opgelopen tot 19,5 jaar. De stapsgewijze stijging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, werd gerechtvaardigd met de langere levensverwachting.
De pensioengerechtigde leeftijd verschilt aanzienlijk tussen Europese landen. In 2026 is de huidige AOW-leeftijd in Nederland vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden, gekoppeld aan de levensverwachting. In buurland Duitsland stijgt de pensioengerechtigde leeftijd stapsgewijs naar 67 jaar tegen 2031. België verhoogde per februari 2025 de wettelijke pensioenleeftijd al van 65 naar 66 jaar, met een verdere stijging naar 67 jaar in 2030.
Andere landen hanteren uiteenlopende regels. Frankrijk bijvoorbeeld, heeft vorig jaar veel protesten gezien vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd van 62 naar 64 jaar. In Denemarken is de pensioengerechtigde leeftijd 67 jaar en wordt deze verder verhoogd naar 68 jaar in 2030. Zweden biedt meer flexibiliteit: hier kan men al vanaf 63 jaar met pensioen, maar een volledige uitkering volgt pas bij een hogere leeftijd.
© 2026 Raisin SE, Berlin