Je vermogen kan op papier groeien, terwijl je er in de praktijk minder mee kunt kopen. Hoe kan dat? Door inflatie en belastingen valt je daadwerkelijke winst vaak lager uit dan het nominale rendement op je bankafschrift. Dit noem je het reëel rendement of de reële rente op spaargeld. In dit artikel leggen we uit hoe je jouw echte rendement berekent.
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
geeft je werkelijke koopkrachtwinst aan: het is je nominale rendement gecorrigeerd voor .
Een negatief reëel rendement betekent dat de koopkracht van je vermogen daalt, zelfs als je spaar- of beleggingsrekening in euro's groeit.
Als je een rendement van 5% per jaar behaalt op een investering van € 10.000, heb je aan het eind van één jaar in principe € 10.500 op je rekening. Dat noem je het nominale rendement.
Toch betekent dit niet automatisch dat je ook 5% meer kunt kopen. Producten en diensten worden namelijk over de tijd heen duurder doordat de prijzen stijgen. Dit noemen we inflatie. Het daadwerkelijke rendement dat overblijft na aftrek van inflatie, noemen we het reële rendement. Dit kan positief of negatief zijn:
De formulie is simpel:
Reëel rendement = Nominaal rendement – Inflatie (even eventueel ook min te betalen belastingen)
Om het exacte reële rendement over meerdere jaren te berekenen, bepaal je eerst het gemiddelde rendement per jaar (geannualiseerd rendement).
Zo reken je het uit in 4 stappen:
Stel dat je in januari 2020 bent gestart met beleggen met een eenmalige inleg van € 25.000. In januari 2026 (precies zes jaar later) is dit vermogen gegroeid tot € 33.500. Om te ontdekken wat dit je gemiddeld per jaar heeft opgeleverd, bereken je eerst het nominale geannualiseerde rendement.
Dit doe je door het eindbedrag van € 33.500 te delen door het beginbedrag van € 25.000, wat uitkomt op 1,34. Omdat de looptijd precies zes jaar bedraagt, neem je de macht van 1/6 over dit getal (1,34 ^ (1 / 6)), wat neerkomt op 1,0499. Wanneer je hier 1 van aftrekt en de uitkomst vermenigvuldigt met 100, zie je dat je vermogen op papier met 4,99% per jaar is gegroeid.
Om je reële rente te bepalen, trek je de gemiddelde jaarlijkse inflatie af van je nominale rendement. Ging de inflatie in deze periode uit van gemiddeld 3,0% per jaar, dan houd je een reëel rendement over van 4,99% min 3,0%, wat neerkomt op 1,99% per jaar.
Hoewel je beleggingen op papier dus met bijna 5% per jaar stegen, is je daadwerkelijke koopkracht met 'slechts' 1,99% per jaar toegenomen.
Naast inflatie speelt de vermogensrendementsheffing (box 3) een grote rol in je netto reële rendement. Als je vermogen boven het heffingsvrije vermogen uitkomt, betaal je hier belasting over.
Als je bijvoorbeeld 3% spaarrente ontvangt, 2,5% inflatie hebt én 1% belasting betaalt, blijft er netto een reëel rendement van slechts -0,5% over.
Om de waardevermindering van je spaargeld door inflatie en belastingen tegen te gaan, heb je een paar opties:
© 2026 Raisin SE, Berlin