Grondslag sparen en beleggen in 2026

Bij het berekenen van de belasting over vermogen wordt een grondslag gebruikt. Deze ‘grondslag voordeel uit sparen en beleggen’ bestaat uit de waarde van alle bezittingen in box 3. Hier worden dan schulden en het heffingsvrij vermogen van afgetrokken en zo weet je hoeveel belasting je moet betalen.
Grondslag

HomeBox 3 belasting › Grondslag sparen en beleggen

Laatste update: 2 januari 2026

In het kort

  • De grondslag is je vermogen in box 3, minus schulden en de jaarlijkse vrijstelling.

  • Voor fiscaal jaar 2025 (waarover je in 2027 belastingaangifte doet) werd het heffingsvrije vermogen aangepast aan de inflatie, naar € 59.357 (per fiscale partner).

  • De grondslag is maatgevend voor het bepalen van de uiteindelijke belasting; het gemiddelde rendement op vermogen wordt hiermee vermenigvuldigd.

Hoe wordt de grondslag berekend?

De grondslag = al het vermogen dat je op moet geven in box 3, min de schulden die boven de schuldendrempel uitkomen en min het heffingsvrij vermogen.

  • Peildatum: De grondslag voor ieder kalenderjaar wordt bepaald op de peildatum vermogen, 1 januari. Alleen voor een tweede (of derde, enz.) woning, wordt een andere peildatum genomen: de waarde op 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte.
  • Schulden: Het gaat hier om de schulden die boven de schuldendrempel uitkomen. In 2026 is de schuldendrempel € 3800 voor alleenstaanden en € 7600 voor fiscale partners.
  • Heffingsvrij vermogen: Het heffingsvrij vermogen is een vast bedrag. Dit bedrag wordt ieder jaar vastgesteld door de Belastingdienst. Dit bedrag mag je volledig van het vermogen aftrekken. In 2025 bedraagt dit heffingsvrij vermogen € 59.357  (per fiscale partner)
  • Fiscale partners: Fiscale partners mogen zelf bepalen hoe ze hun bezittingen en schulden verdelen. Over het algemeen is het verstandig om het vermogen min de schulden te spreiden over beide partners. Zo benut je de vrijstelling optimaal.

Rekenvoorbeeld: grondslag sparen en beleggen

Jaimy en Daisy zijn fiscale partners. Ze hebben samen € 75.000 spaargeld, € 75.000 aan beleggingen en een studieschuld van € 10.000. Hun grondslag sparen en beleggen kunnen we berekenen als volgt:

  • Vermogen: €75.000 (spaargeld) + €75.000 (beleggingen) = € 150.000
  • Aftrekbare schuld: Studieschuld € 10.000 - schuldendrempel € 7600 = € 2400
  • Heffingsvrij vermogen: 2 × € 59.357 = € 118.714
  • Grondslag sparen en beleggen: € 150.000 - € 2400 - € 118.714 = € 28.886

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grondslag sparen en beleggen: verdeling

Voor het berekenen van het voordeel uit sparen en beleggen wordt het fictieve rendement op een spaardeel en een beleggingsdeel toegepast. In het nieuwe stelsel (tot minstens 2028) wordt de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen meegenomen en wordt ook het werkelijke rendement belast. Spaargeld wordt nu vanwege het lagere gemiddeld rendement ook een stuk lager belast dan beleggingen.

Vrijstelling en schulden box 3 in 2025

Grondslag sparen en beleggen – rol in het berekenen van de belasting

Je vraagt je misschien af: als in het nieuwe systeem het vermogen al opgedeeld wordt en het rendement hierop aan de hand van een fictief rendement berekend wordt, waarom bestaat de grondslag sparen en beleggen dan nog?

Dit zit als volgt: in een eerste stap berekent de Belastingdienst het rendementspercentage op het volledige vermogen minus de schulden, bijvoorbeeld 2%. Vervolgens wordt dit percentage vermenigvuldigd met de grondslag sparen en beleggen om op de volledige winst uit vermogen uit te komen. Zo blijft de grondslag dus belangrijk.

Lees alles over het berekenen van de belasting in box 3 en de nieuwe box 3-heffing.

Fiscaal jaar 2026

Heffingsvrij vermogen

€ 59.357 (€ 118.714 fiscale partners)

Schuldendrempel

€ 3800 (€ 7600 fiscale partners)