Lees hier alles over het nieuwe stelsel vermogensrendementsheffing en ontdek aan de hand van rekenvoorbeelden hoe je belastingaangifte over 2026 eruitziet in box 3.
.png&w=3840&q=75)
wordt je vermogen in box 3 boven de vrijstellingsgrens nog belast op basis van een jaarlijks vastgesteld op beleggingen en spaargeld.
In fiscaal jaar is de vrijstellingsgrens en.
Het is in fiscaal jaar gaat omlaag naar Het gaat omhoog naar
De over het fictieve rendement blijft onveranderd in 2026: 36%.
Het huidige box 3-stelsel (overgangsstelsel tot minstens 2028) maakt gebruik van drie getallen om tot de uiteindelijke berekening van de belasting te komen.
Allereerst wordt het gemiddelde rendement op het vermogen berekend, aan de hand van het beleggingsdeel, spaardeel en de schulden. Hierbij draait het dus niet meer om een aangenomen beleggings- en spaardeel, maar om hoeveel geld een belastingplichtige daadwerkelijk in beleggingen (en ander vermogen en bezittingen, zoals een tweede woning) en spaargeld heeft staan.
Dit gemiddelde rendement op het vermogen wordt vermenigvuldigd met de grondslag sparen en beleggen om tot het belastbare rendement op vermogen te komen. Dit belastbare rendement op vermogen wordt vervolgens vermenigvuldigd met het belastingtarief (36% in 2025 en 2026) om te komen tot de uiteindelijke belasting.
Ook in 2026 betaal je nog belasting over een fictief rendement. Het plan was eerder om vanaf 2026 belasting te gaan heffen over het werkelijke rendement in box 3, dus over wat je écht verdient met je spaargeld en beleggingen. Dat nieuwe systeem is echter uitgesteld tot 2028. Om het gat in de begroting te dichten dat hierdoor ontstaat, lag er eerst een plan om het heffingsvrije vermogen fors te verlagen (naar iets meer dan € 51.000) en het fictieve rendement op beleggingen te verhogen van 5,88% in 2025 naar 7,78% in 2026.
Die plannen zijn nu toch van de baan. Het heffingsvrije vermogen is niet verlaagd, maar juist verhoogd: naar € 59.357 of € 118.714 als fiscale partners.
Het fictieve rendement op beleggingen is definitief vastgesteld op 6,00% voor fiscaal jaar 2026. Op spaargeld is het fictief rendement voorlopig vastgesteld op 1,28%, iets lager dan in 2025 (1,37%).
Ook in 2026 kun je het formulier "Opgaaf werkelijk rendement" gebruiken om bezwaar in te dienen tegen de vermogensrendementheffing die je moet betalen, als je rendement lager is dan de fictieve rendementen.
Bank- en spaartegoeden | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
Beleggingen | 5,88% | 6,00% |
Schulden | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
In 2028 is het de bedoeling dat we overstappen naar een volledig nieuw box 3-stelsel. Waar we tot en met 2027 nog werken met het overbruggingsstelsel (waarbij de fiscus rekent met fictieve rendementen), is het kabinet van plan om in 2028 over te stappen op een systeem op basis van werkelijk behaald rendement.
De belangrijkste verandering is dat je dus niet langer belasting betaalt over een verzonnen percentage dat de overheid vaststelt, maar over de rente-inkomsten die je daadwerkelijk hebt genoten en het beleggingsrendement dat je daadwerkelijk hebt gemaakt. Dit wordt vermogensaanwasbelasting genoemd.
De stemming hierover vindt op zijn vroegst eind mei plaats. Tot die tijd is het nog niet zeker of de Eerste Kamer het wetsvoorstel goedkeurt en de wet daadwerkelijk ingevoerd zal worden in 2028.
© 2026 Raisin SE, Berlin