Wijzigingen box 3 in 2026

Lees hier alles over het nieuwe stelsel vermogensrendementsheffing en ontdek aan de hand van rekenvoorbeelden hoe je belastingaangifte over 2026 eruitziet in box 3.

Wijzigingen box 3

HomeBox 3 belasting › Wijzigingen box 3

Laatste update: 28 november 2025

In het kort

  • Tot minstens 2028 wordt je vermogen in box 3 boven de vrijstellingsgrens nog belast op basis van een jaarlijks vastgesteld fictief rendement op beleggingen en spaargeld.

  • In fiscaal jaar 2026 is de vrijstellingsgrens € 59.357 voor alleenstaanden en € 118.714 voor fiscale partners.

  • Het voorlopige fictief rendement op spaargeld is in fiscaal jaar 2026 gaat omlaag naar 1,28%. Het fictieve rendement op beleggingen gaat omhoog naar 6,00% in 2026.

  • De vermogensrendementsheffing over het fictieve rendement blijft onveranderd in 2026: 36%.

Overbruggingsstelsel in box 3 tot minstens 2028

Het huidige box 3-stelsel (overgangsstelsel tot minstens 2028) maakt gebruik van drie getallen om tot de uiteindelijke berekening van de belasting te komen.

Allereerst wordt het gemiddelde rendement op het vermogen berekend, aan de hand van het beleggingsdeel, spaardeel en de schulden. Hierbij draait het dus niet meer om een aangenomen beleggings- en spaardeel, maar om hoeveel geld een belastingplichtige daadwerkelijk in beleggingen (en ander vermogen en bezittingen, zoals een tweede woning) en spaargeld heeft staan.

Dit gemiddelde rendement op het vermogen wordt vermenigvuldigd met de grondslag sparen en beleggen om tot het belastbare rendement op vermogen te komen. Dit belastbare rendement op vermogen wordt vervolgens vermenigvuldigd met het belastingtarief (36% in 2025 en 2026) om te komen tot de uiteindelijke belasting.

Fictief rendement in 2026

Ook in 2026 betaal je nog belasting over een fictief rendement. Het plan was eerder om vanaf 2026 belasting te gaan heffen over het werkelijke rendement  in box 3, dus over wat je écht verdient met je spaargeld en beleggingen. Dat nieuwe systeem is echter uitgesteld tot 2028. Om het gat in de begroting te dichten dat hierdoor ontstaat, lag er eerst een plan om het heffingsvrije vermogen fors te verlagen (naar iets meer dan € 51.000) en het fictieve rendement op beleggingen te verhogen van 5,88% in 2025 naar 7,78% in 2026. 

Die plannen zijn nu toch van de baan. Het heffingsvrije vermogen is niet verlaagd, maar juist verhoogd: naar € 59.357 of € 118.714 als fiscale pratners. Het fictieve rendement op beleggingen is definitief vastgesteld op 6,00% voor fiscaal jaar 2026. Op spaargeld is het fictief rendement voorlopig vastgesteld op 1,28%, iets lager dan in 2025 (1,44%).

Ook in 2026 kun je het formulier "Opgaaf werkelijk rendement" gebruiken om bezwaar in te dienen tegen de vermogensrendementheffing die je moet betalen, als je rendement lager is dan de fictieve rendementen.

Vanaf 2025: Opgaaf werkelijk rendement

Met de "Opgaaf werkelijk rendement" kun je met terugwerkende kracht aangeven hoeveel rendement je écht hebt behaald op je vermogen. Heb je van de Belastingdienst een brief ontvangen, dan mag je een formulier invullen voor het betreffende belastingjaar. Zorg dat je de ontvangen brief erbij houdt, want daarin staat welke gegevens je nodig hebt voor het invullen. Met deze opgaaf geef je heel precies door hoeveel je hebt verdiend met bijvoorbeeld sparen en beleggen in de opgegeven periode.

Belastingplichtigen krijgen vanaf juli 2025 gefaseerd brieven van de Belastingdienst met instructies voor het invullen van het formulier. Voor belastingjaar 2022 ontvang je de brief vanaf juli, voor 2023 vanaf september. Zodra je de brief hebt ontvangen, mag je het formulier invullen via Mijn Belastingdienst. 

De verwerking gebeurt op volgorde van de verzonden brieven, dus je hoeft niet op de brief te wachten als het formulier al beschikbaar is, maar je aanmelding wordt pas behandeld als je aan de beurt bent.

Overzicht: veranderingen in box 3

2026:

  • Het heffingsvrij vermogen wordt geïndexeerd en gaat omhoog naar € 59.357 per fiscale partner.
  • Het belastingtarief op fictief rendement uit vermogen blijft gelijk (36%).
  • Het fictieve rendement op spaargeld gaat omlaag naar 1,28%.
  • Het fictieve rendement op beleggingen gaat licht omhoog naar 6,00%.
  • Het fictieve rendement op schulden gaat omhoog naar 2,70%. De schuldendrempel blijft gelijk: € 3800 voor alleenstaanden en € 7600 voor fiscale partners.

Door:

  • Nicole van Roekel
    Auteur: Nicole van Roekel

    Content Manager & Copywriter

    Meer lezen
  • Expert: Eelco Habets
    Expert: Eelco Habets

    Algemeen directeur

    Meer lezen