De afgelopen jaren gingen spaarders en beleggers al aanzienlijk meer belasting betalen in box 3. En als de aangekondigde hervormingen in 2028 inderdaad ingaan, loopt de belastingdruk alleen maar verder op.
Dat is dan ook de reden waarom veel vermogende Nederlanders zoeken naar manieren om minder belasting te betalen over hun vermogen. Een spaar-bv kan een van die manieren zijn. In dit artikel leggen we uit wat een spaar-bv is, hoe je een spaar-bv opricht en wanneer het interessant kan zijn om dit te doen.
.png&w=3840&q=75)
Door:
Auteur
Auteur
Een spaar-bv is een besloten vennootschap die specifiek wordt gebruikt om vermogen in onder te brengen.
De belastingdruk in een spaar-bv kan lager uitvallen dan in box 3, waardoor vermogende spaarders en beleggers aanzienlijk minder belasting hoeven te betalen.
Hoewel de naam ‘spaar-bv’ doet vermoeden dat het om enkel spaargeld gaat, is het in praktijk doorgaans vooral interessant om beleggingen onder te brengen in een spaar-bv.
Het oprichten van een spaar-bv vereist een notariële akte en brengt administratieve verplichtingen met zich mee.
Een bv (besloten vennootschap) is een Nederlandse rechtsvorm voor een onderneming. Een spaar-bv is een besloten vennootschap die specifiek wordt gebruikt om vermogen in onder te brengen en niet om actief een bedrijf in te runnen.
Het voornaamste doel van een spaar-bv is het verplaatsen van privévermogen, om zo de vermogensrendementsheffing in box 3 te verlagen of zelfs helemaal te vermijden. Dat betekent niet dat je de dans helemaal ontspringt: ook in een spaar-bv betaal je gewoon belasting.
Die belasting kan wel fors lager zijn doordat de belastingheffing in een spaar-bv aanzienlijk anders werkt.
Het verschil:
In box 3 vallen privéspaargeld en -beleggingen. Je betaalt 36% vermogensrendementsheffing over een fictief rendement, ongeacht het daadwerkelijke rendement wat je hebt behaald.
In 2026 hanteert de overheid een fictief rendement van 1,28% op spaargeld (voorlopig) en 6,00% op beleggingen. Er is in 2026 een vrijstelling van € 59.357 per fiscale partner. Als je vermogen onder deze grens blijft, betaal je helemaal geen belasting.
Maar als je vermogen boven deze grens komt, ga je wel belasting betalen: 36% over het fictief rendement boven deze grens.
In een bv (en dus ook een spaar-bv) betaal je over de eerste € 200.000 winst ‘slechts’ 19% vennootschapsbelasting in 2026. Over het deel boven de € 200.000 betaal je 25,8%. In tegenstelling tot box 3, wordt er in een spaar-bv niet naar het fictieve rendement gekeken maar naar het werkelijke rendement: de spaarrente die je hebt ontvangen en de daadwerkelijke koerswinst en ontvangen dividend op beleggingen.
Zolang je het vermogen in de bv laat staan en niet uitkeert naar privé, betaal je alleen de vennootschapsbelasting (vpb). Dat betekent dat je dus maximaal 25,8% betaalt; aanzienlijk lager dan de box 3-belasting die 36% bedraagt.
Pas wanneer je de resterende winst als dividend uitkeert van de bv naar je privérekening, betaal je box 2-belasting. Dat is in 2026 24,5% over de eerste € 68.843 aan dividend en 31% over het meerdere.
Zolang je winst of beleggingsrendement in de bv laat zitten, blijft het volledige bedrag (na het afdragen van de vennootschapsbelasting) in de bv aanwezig om te herbeleggen. Dit zorgt voor een krachtig rente-op-rente-effect: je vermogen groeit sneller omdat het geld dat je anders direct aan box 2-belasting kwijt zou zijn, nu voor je blijft renderen.
In box 3 werkt dit anders. Daar betaal je elk jaar belasting over je vermogen (via het fictief rendement), ongeacht of je het geld opneemt of laat staan. Je betaalt in privé dus jaarlijks belasting over ongerealiseerde groei, wat het rente-op-rente-effect afremt.
Rendement | Fictief rendement (lager percentage voor spaargeld dan voor beleggingen) | Werkelijk behaald rendement Je betaalt uitsluitend belasting over de daadwerkelijke rente, dividend of koerswinst die je maakt. |
Belasting en tarief | Inkomstenbelasting: 36% over het berekende fictieve rendement boven de vrijstelling van € 59.357. | 1. Vennootschapsbelasting (vpb): 19% over de winst tot € 200.000 en 25,8% over het meerdere. 2. Inkomstenbelasting in box 2 als je winst als dividend uitkeert naar privé: 24,5% tot € 68.843 dividend en 31% over het meerdere. |
Moment van belasting | Jaarlijks verschuldigd, ongeacht of je beleggingen hebt verkocht of winst hebt geïnd. | Vpb betaal je jaarlijks, maar box 2-belasting betaal je pas op het moment dat je de winst als dividend uitkeert naar privé. |
Rente-op-rente (Cumulatie) | Lager bij zwaar belaste beleggingen, omdat je elk jaar 36% belasting aftikt over het fictieve rendement. | Hoger: doordat je de Box 2-heffing kunt uitstellen, blijft er meer kapitaal in de bv om te herbeleggen en te groeien. |
Vrijstelling | Heffingsvrij vermogen in 2026: € 59.357 per persoon. | Geen vrijstelling. Vanaf de eerste euro winst is vpb verschuldigd. |
Jaarlijkse kosten | € 0 extra administratiekosten. | Al snel € 500 tot € 1500/jaar voor oprichting, jaarrekening, KvK en belastingaangifte van de bv. |
Verliesverrekening | Beperkt (verliezen op beleggingen kun je niet direct aftrekken als je op het fictieve rendement wordt belast). | Ja: verliezen op beleggingen verlagen direct de belastbare winst van de bv. |
Als je vermogen onder de vrijstelling onder de heffingsvrije grens blijft (€ 59.357 per persoon in 2026), is het in de meeste gevallen nog niet interessant om een spaar-bv op te richten. In een spaar-bv betaal je direct vanaf de eerste euro vennootschapsbelasting, terwijl je vermogen in box 3 tot deze grens dus helemaal vrij is van belasting.
Maar wat is dan het omslagpunt waarop een spaar-bv wel interessant wordt? Dat ligt aan het type vermogen (spaargeld, beleggingen of een combinatie?) en het werkelijk rendement dat je haalt.
Privé sparen in box 3 blijft in de meeste gevallen voordeliger dan een spaar-bv. Onder het huidige belastingstelsel rekent de Belastingdienst voor spaargeld in 2026 met een fictief rendement van slechts 1,28%. Hierover betaal je 36% belasting, wat neerkomt op een netto belastingdruk van circa 0,46% over je spaargeld boven de vrijstelling (€ 59.357 per persoon). Zelfs als je 3% spaarrente ontvangt op een spaarrekening, word je in box 3 toch maar belast over die 1,28%.
In een spaar-bv betaal je daarentegen wel de volle mep over je werkelijk ontvangen spaarrente en maak je jaarlijks € 500 tot € 1500 aan administratiekosten voor je bedrijf. Als je vermogen uit enkel spaargeld bestaat, breng je dat dus zelden onder in een bv. Wat dat betreft, had de spaar-bv beter een ‘beleggings-bv’ kunnen heten, zoals je hieronder kunt lezen.
In box 3 worden beleggingen aanzienlijk zwaarder belast dan spaargeld. In 2026 hanteert de Belastingdienst een fictief rendement van 6,00%, wat neerkomt op een effectieve jaarlijkse heffing van 2,16% (36% vermogensrendementsheffing x 6,00% fictief rendement) over je totale vermogen.
In de bv kan die belastingdruk afnemen, omdat de vennootschapsbelasting met 19% tot 25,8% (afhankelijk van je totale winst) lager ligt dan de vermogensrendementsheffing. Zeker als je van plan bent je beleggingen lang in de bv te laten staan, kan het belastingvoordeel ten opzichte van box 3 alleen maar verder oplopen.
Een spaar-bv kan voor beleggingen interessant worden bij een vermogen van ongeveer € 150.000 tot € 200.000 aan beleggingen (voor alleenstaanden, bij fiscale partners ligt het startbedrag rond de € 300.000). Het precieze omslagpunt hangt af van je verwachte rendement:
Bij een gemiddeld of lager rendement (lager dan 5,5%-6%): De bv is al snel veel voordeliger omdat je alleen over de échte winst betaalt. Behaal je bijvoorbeeld een keer 0% of een negatief rendement, dan betaal je in de bv € 0 belasting, terwijl je in box 3 in principe toch de 2,16% aftikt. Je kunt echter wel bezwaar maken als je rendement in box 3 lager is dan het fictieve rendement.
Bij zeer hoge rendementen (hoger dan 8%-10%): Omdat de gecombineerde belasting bij uitkeer uit een bv (VPB + Box 2) rond de 38,8% tot 44,1% ligt, kan box 3 bij erg hoge rendementen theoretisch gunstiger zijn. Maar doordat je belasting in de bv kunt uitstellen door winsten te herbeleggen (en je tot dat moment nog geen box 2-belasting hoeft te betalen), weegt het rente-op-rente-effect voor langetermijnbeleggers in een spaar-bv alsnog bijna altijd zwaarder.
💡 Veel mensen benutten vaak eerst de maximale vrijstelling in box 3 en hevelen vervolgens alleen het bedrag boven deze vrijstelling over een spaar-bv. Bij fiscale partners gaat dit in 2026 om ruim € 118.000 aan belastingvrij vermogen waar je in de bv meteen vpb over zou moeten betalen.
In Nederland wordt gewerkt aan een algehele herziening van het box 3-stelsel. Daarbij wordt de vermogensrendementsheffing mogelijk ingewisseld voor een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat je in jaarlijks belasting gaat betalen over ongerealiseerde koerswinsten, ongeacht of je je beleggingen hebt verkocht.
In een spaar-bv geldt daarentegen het fiscale principe van goedkoopmansgebruik. Je waardeert je beleggingen op de historische kostprijs. Pas wanneer je een belegging daadwerkelijk met winst verkoopt (gerealiseerd rendement), betaal je vennootschapsbelasting. Zolang je beleggingen vasthoudt, stel je de belastingheffing uit. Doordat dit ongerealiseerde rendement onbelast in de bv blijft doorgroeien, blijft het rente-op-rente-effect in een spaar-bv ook na de hervorming van box 3 een belangrijk fiscaal voordeel bieden.
Door je beleggingen en spaargeld in een bv onder te brengen, betaal je enkel het vpb-tarief (19% tot € 200.000) over je werkelijke rendement in plaats van de waarschijnlijk hogere box 3-belasting (momenteel 36%) die je straks ook over je werkelijke rendement betaalt.
Het oprichten van een spaar-bv brengt dus zeker fiscale voordelen met zich mee, maar het is goed om te beseffen dat je met een spaar-bv in feite een bedrijf opricht. En dat brengt ook verplichtingen en extra kosten met zich mee.
Om een spaar-bv op te richten, moet je langs de notaris. Ook moet er jaarlijks een jaarrekening opgesteld worden door een accountant, waar je ook zo weer een paar honderd of duizend euro mee kwijt bent. Het voordeel is wel dat deze kosten fiscaal aftrekbaar zijn van het resultaat van de vennootschap.
Het grote voordeel blijft toch wel het uitstel van de box 2-belasting. Aan de vennootschapsbelasting ontkom je niet, maar door je spaargeld en/of beleggingen lang in de bv te laten zitten, stel je de inkomstenbelasting over dividend voor lange tijd uit. In de tussentijd kan je vermogen rustig doorgroeien, zonder dat het belast zou worden zoals in box 3 wel het geval is.
Een bijkomend voordeel is dat een spaar-bv in geval van overlijden de overdracht van vermogen aan erfgenamen vereenvoudigt.
Notariskosten | Eenmalig | € 500 tot € 1500 |
Inschrijving KvK | Eenmalig | € 85,15 in 2026 |
Jaarrekening & vpb-aangifte | Jaarlijks | € 800 tot € 2000 |
Bank- en administratiekosten | Jaarlijks | € 150 tot € 300 |
Een spaar-bv oprichten levert in principe pas een voordeel op zodra de jaarlijkse belastingbesparing ten opzichte van box 3 hoger is dan de jaarlijkse terugkerende beheerkosten (al snel zo’n € 1000 tot € 2000).
Wil je voorkomen dat buren, familie of kwaadwillenden via de KvK precies kunnen zien hoeveel vermogen je bezit? Dan kun je gebruikmaken van een anonimiseringsstructuur. Hierbij wordt een anonieme spaar-bv opgericht via een stichting (zoals een Stichting Administratiekantoor, STAK) of een tussenholding.De stichting treedt op als aandeelhouder in de KvK, waardoor jouw naam als privépersoon niet direct gekoppeld is aan het vermogen in de spaar-bv. De fiscale werking (19% tot 25,8% vpb en heffing op werkelijk rendement) blijft exact gelijk aan die van een reguliere spaar-bv.
In het verleden was het Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR) een populaire route om een spaar-bv na te bootsen zonder dat je naar de notaris hoefde. Sinds een wetswijziging in 2025, kan een familiefonds niet meer profiteren van de lage vennootschapsbelasting. De Belastingdienst kijkt fiscaal 'dwars door het fonds heen'. Dit betekent dat jouw vermogen gewoon in box 3 belast blijft. Zoek je een fiscale oplossing om box 3 te omzeilen? Dan is het FGR geen optie meer en kom je automatisch uit bij de spaar-bv.
Wil je bereiken dat jouw beleggingen of spaargeld niet op jouw eigen naam staan geregistreerd? Dan kan een besloten FGR (met een bewaarstichting) nog steeds gebruikt worden. Je bezit het vermogen dan privé in box 3, maar naar de buitenwereld toe staat de naam van de stichting op de bank- of beleggingsrekening.
In de volgende scenario’s kan een spaar-bv een direct financieel voordeel opleveren:
Stel: je hebt als DGA (Directeur Groot Aandeelhouder) van een bv minstens € 100.000 tot € 200.000+ aan overtollige winst op de bankrekening van je bv staan die je voorlopig niet privé nodig hebt. Als je dit geld naar privé uitkeert via dividend, tik je direct 24,5% tot 31% Box 2-belasting af.
Stop je het resterende bedrag vervolgens in privé-beleggingen, dan betaal je in box 3 jaarlijks ook nog eens 2,16% effectieve belasting over de totale waarde (ongeacht het rendement).
Door het geld in de bv te laten, hoef je geen inkomstenbelasting in box 2 te betalen en betaal je enkel vennootschapsbelasting (19% tot €200.000 winst en 25,8% over het deel daarboven).
Stel: je hebt een beleggingsportefeuille van € 200.000+ (of € 400.000+ als fiscale partners) die voornamelijk bestaat uit redelijk defensieve beleggingen (denk aan obligaties en breed gespreide indexfondsen) met een verwacht rendement van onder de 5,5% à 6% per jaar.
In box 3 worden álle beleggingen in principe gelijk belast tegen een fictief rendement van 6,00% (36% belasting = 2,16% effectief). Maak je op je obligaties maar 3% rendement, dan slokt de box 3-heffing meer dan 70% van je winst op. Je kunt hier bezwaar tegen maken, maar je kunt er in dit geval ook voor kiezen om een spaar-bv op te richten.
In een spaar-bv betaal je uitsluitend belasting over de werkelijke 3% winst. Dat kost je in de bv 19% VPB = 0,57%. Zelfs na administratiekosten (uitgaande van zo’n € 1000 per jaar) houd je netto meer over dan in box 3.
Stel: je bent een belegger met een redelijk risicovolle, volatiele portefeuille met een omvang van minimaal € 150.000. Een jaar met 30% winst is net zo goed mogelijk als een jaar met 30% verlies.
Het is momenteel nog niet mogelijk om eventuele verliezen in box 3 te verrekenen (enkel via bezwaar terug te brengen naar € 0)
Binnen een spaar-bv is er volledige verliesverrekening. Maak je in jaar 1 € 40.000 verlies, dan betaal je dat jaar € 0 vennootschapsbelasting. Maak je in jaar 2 € 40.000 winst, dan streep je dit tegen elkaar af en betaal je alsnog € 0 belasting.
Je spaargeld is bij elke bank beschermd tot € 100.000 per rekeninghouder onder het nationale depositogarantiestelsel van het land waar de bank gevestigd is, net als in Nederland.
© 2026 Raisin SE, Berlin