Investeer je in aandelen? Of heb je andere vormen van beleggingen? Dan betaal je hier mogelijk belasting over. Lees hier welke belastingregels er gelden over je vermogen in box 3 (beleggingen en spaargeld) in 2026.

Home › Box 3 belasting › Belasting op beleggen en aandelen
Laatste update: 30 december 2025
Als de waarde van je beleggingen en (spaar)geld in box 3 op 2026 boven de (of € 118.714 als fiscale partners) uitkomt, betaal je .
Tot minstens 2028 betaal je vermogensrendementsheffing over een op je beleggingen en spaargeld. Daarna wil het kabinet het belasten.
In gaat het op beleggingen (waaronder ook ) licht omhoog, van 5,88% in 2025 naar .
Als je ontvangt over je beleggingen, betaal je mogelijk ook . Dit is een vorm van bronbelasting en kun je vaak .
Het Nederlandse belastingstelsel is opgedeeld in verschillende boxen. In box 3 valt je vermogen, oftewel je (spaar)geld en beleggingen. Tot een bepaald bedrag hoef je geen belasting te betalen. Dat wordt ook wel de vrijstelling in box 3 genoemd.
Hieronder zie je een overzicht van de vrijstellingen van de afgelopen jaren en voor fiscaal jaar 2026. Is je totale vermogen lager dan deze grens? Dan hoef je geen vermogensrendementsheffing te betalen.
2026 | € 59.357 | € 118.714 |
2025 | € 57.684 | € 115.368 |
2024 | € 57.000 | € 114.000 |
2023 | € 57.000 | € 114.000 |
2022 | € 50.650 | € 101.300 |
Komt je vermogen boven deze grens uit? Dan ga je dus vermogensrendementsheffing betalen. Bij het berekenen van vermogensrendementsheffing wordt gekeken naar een forfaitaire rendement: een fictief, 'gemiddeld' percentage rendement dat je behaalt op je beleggingen en spaargeld.
De Belastingdienst werkt nog tot ten minste 2028 met zo'n fictief rendement, voordat er belasting geheven gaat worden over het werkelijke rendement. Tot die tijd betaalt iedereen dus hetzelfde percentage belasting, ongeacht het daadwerkelijke rendement dat je hebt behaald met je beleggingen of spaargeld. En dat kan gunstig óf minder gunstig uitvallen, dan wanneer er naar je daadwerkelijk behaalde rendement gekeken zou worden.
Dit zijn de voorlopige fictieve rendementen met bijbehorende vermogensrendementsheffing die de Belastingdienst hanteert:
Bank- en spaartegoeden | 1,44% (voorlopig) | 1,28% (voorlopig) |
Beleggingen | 5,88% | 6,00% |
Schulden | 2,62% (voorlopig) | 2,70% (voorlopig) |
Op 1 januari 2026 zijn de beleggingen van Elizabeth € 80.000 waard. Om het rekenvoorbeeld makkelijk te houden, gaan we er vanuit dat ze geen spaargeld of schulden heeft. Elizabeth is alleenstaand en haar vermogen komt boven de heffingsvrije grens van € 59.357 uit. Dat betekent dat ze over € 80.000 - € 59.357 = € 20.643 van haar beleggingen belasting moet betalen.
In 2026 is het fictieve rendement op beleggingen 6,00%. Dat betekent dat ze over 6,00% van € 20.643 vermogensrendementsheffing moet betalen (36%). Ze moet dus (6,00% x € 20.643) x 36% = € 445 belasting betalen over haar beleggingen in box 3.
Als je besluit te investeren in de aandelen van een bepaald fonds of beursgenoteerd bedrijf, heb je soms recht op dividend. Hoe meer dividendaandelen je hebt, hoe meer dividend je ontvangt: een percentage van de winst waar aandeelhouders recht op hebben.
Doorgaans wordt hier dividendbelasting op ingehouden. In Nederland wordt meestal 15% belasting van het bruto dividend ingehouden en de ingehouden dividendbelasting kun je vaak verrekenen met de vermogensbelasting die je in box 3 betaalt.
Voorbeeld:
Dividendbelasting verrekenen is bij Nederlandse fondsen en aandelen vaak eenvoudiger dan bij buitenlandse fondsen. Zo is het bijvoorbeeld bij Amerikaanse aandelen moeilijk om de belasting die geheven werd te achterhalen en overeenkomstig te verrekenen.
Zolang je in Nederland belastingplichtig bent moet je alle beleggingen, spaardeposito’s en spaarrekeningen, dus ook bijvoorbeeld cryptomunten, opgeven bij de belasting. Het is niet relevant waar het fonds of bedrijf waarin je belegt of waar bijvoorbeeld je broker gevestigd is.
Als boekwaarde neem je de waarde van de aandelen op de peildatum: dit is 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet. Het heeft geen zin om rond de jaarwisseling vermogen zo te schuiven dat je bijvoorbeeld meer spaargeld en minder beleggingen aanhoudt, om een hogere belastingdruk te vermijden. Hoewel dit misschien fiscaal aantrekkelijk lijkt, wordt dit door de Belastingdienst aangemerkt als peildatumarbitrage (belastingontwijking).
Ja. Je moet de marktwaarde van je aandelen op 1 januari van het fiscale jaar opgeven als (overig) vermogen in box 3. Mits de waarde van de aandelen en andere vermogensbestanddelen boven de vrijstelling vermogensbelasting (heffingsvrij vermogen) in dat fiscale jaar valt.
Het daadwerkelijke rendement dat je op je aandelen en andere beleggingen behaald hebt, is hierbij niet van belang. De belastingvoet is enkel afhankelijk van ofwel het totale vermogen dat je in een jaar hebt, ofwel de verdeling van dit vermogen in spaargeld en overige bezittingen.
In fiscaal jaar 2026 (waarover je in 2027 aangifte doet) mag je tot € 59.357 aan vermogen belastingvrij hebben. Daar vallen je aandelen onder, maar ook andere beleggingen en je spaargeld.
Het standaardbedrag van de dividendbelasting bedraagt in 2026 15%. Voor dividenduitkeringen in box 2 (uit een aanmerkelijk belang) worden er in 2026 twee tariefschijven gehanteerd: tot € 68.843 (de eerste schijf) betaal je over je jaarlijkse dividend 24,5% belasting en voor alles daarboven (de tweede schijf) betaal je 31%.
Dividendbelasting die van particulieren ingehouden wordt (box 3) kan verrekend worden met de inkomstenbelasting die verschuldigd is. De betaalde dividendbelasting is dan aftrekbaar van de vermogensrendementsheffing.
Zolang je geen inkomsten ontvangt uit een aanmerkelijk belang (box 2), wat voor verreweg de meeste particulieren geldt, hoef je dividend niet op te geven bij de inkomstenbelasting.
Het forfaitair rendement omvat ook dividend. Je kunt de ingehouden dividendbelasting wel inzetten als aftrekpost. Als je wilt weten hoeveel dividendbelasting ingehouden is, kun je jouw broker vragen om de zogenaamde dividendnota.
Je hoeft geen expert te zijn, geen beleggingsnieuws te volgen of aandelen uit te zoeken. Na een paar simpele vragen krijg je een voorstel voor één van de vijf kant-en-klare beleggingsportefeuilles die bestaan uit ETF's en indexfondsen. Zo beleg je in één keer in meer dan 8000 aandelen en/of obligaties wereldwijd volgens een wetenschappelijk bewezen methode. Starten kan al vanaf € 25.
© 2026 Raisin SE, Berlin